None

Miep Gies over de hulp aan de onderduikers

Miep Gies is bekend geworden als de vrouw die het dagboek van Anne Frank redde Ze is een van de bekendste helpers uit de Tweede Wereldoorlog. Zij ontving talloze brieven met vragen over Anne Frank en de onderduikperiode in het Achterhuis. Dit zijn de meestgestelde vragen aan haar, in een interview uit 1992.



Door Menno Metselaar

Wanneer wist u dat de familie Frank wilde onderduiken?

'Dat moet in het voorjaar van 1942 geweest zijn. Otto Frank, mijn baas, belde mij en zei: "Miep kom eens eventjes hier." Ik kwam binnen. Hij zei: "Ga zitten. Miep, ik moet je iets heel belangrijks vertellen. Een soort geheim eigenlijk. Wij zijn van plan om hier onder te duiken. In dit huis. Ben je bereid om ons daarbij te helpen, om ons met levensmiddelen te verzorgen?" Ik antwoordde: "Ja, maar natuurlijk".'

Waarom was dat voor u 'natuurlijk'?

'Ik vond dat vanzelfsprekend. Ik kon die mensen helpen. Zij waren machteloos, wisten niet meer waar ze konden gaan. Ik benadruk altijd dat wij geen helden zijn. We deden onze menselijke plicht: Mensen helpen die in nood zijn. Een heleboel mensen heeft dat niet gedaan, sommigen uit angst. Als iemand bang is, dan kun je hem of haar dat niet kwalijk nemen. En als hij of zij dat eerlijk toegeeft, zoals een vriendin van mij dat toen deed, dan vind ik dat moedig.'

Op het helpen van onderduikers stond een zware straf. Was u bang?

'Nee. Vooral niet in het begin. Later zat ik wel eens in de rats en dacht 'hoe moet dat nou verder...' Maar de zorg voor die mensen en eigenlijk het medelijden met die mensen voerde de boventoon. Soms lag ik in mijn bed te denken "Och, och die mensen, die zitten daar verborgen, wat erg. Hoe zou ik mij daar voelen?" Nou ik heb er een nacht geslapen en ik heb het geweten! Het was daar benauwd, ontzettend benauwd! Het was vooral het opgesloten zijn, het feit dat je niet naar buiten mocht.

Wij, de helpers, wisten wel van elkaar dat we het er wel eens moeilijk mee hadden, maar we praatten er niet over. Alles moest gewoon zijn gang gaan. Want als je erover zou praten, dan kwam je onder een druk te staan. Dan dacht je overdag steeds aan die onderduikers en dat moest niet. We moesten voor de buitenwereld zo ontspannen mogelijk overkomen, anders zou men argwaan kunnen krijgen.'

Wat was uw taak? En wat waren de taken van de andere helpers?

'Bep zorgde voor brood en melk. Kugler en Kleiman hielden de zaak draaiende en brachten boeken en tijdschriften mee voor de onderduikers. En mijn taak was het verzorgen van groente en vlees. Ik heb nog een boodschappenlijstje van mijnheer Van Pels voor de slager. Meestal heb ik ze weggegooid, maar dit vond ik na de oorlog in een van mijn jaszakken. En ik zal je vertellen, ik ben daar heel blij mee.'

Hoe wisten de onderduikers wat er zich in de buitenwereld afspeelde?

'Wij hielden de onderduikers op de hoogte van hetgeen er in de buitenwereld gebeurde en dat waren geen leuke dingen. Razzia's. Mensen werden weggehaald... Jan, mijn man, zei: "Miep je moet niet altijd alles vertellen. Je moet er rekening mee houden, dat deze mensen zijn opgesloten. Ze kunnen niet naar buiten. Slecht nieuws deprimeert ze nog veel meer. Vertel maar zo'n beetje half en half".'

'En dat deed ik. Anne vond dat niet genoeg. Zij voelde dat ik meer wist. En als ik dan zo'n beetje alles verteld had en bijna wegging, nam zij mij apart. Zogenaamd om wat te praten. En dan zei ze: "Miep hoe zit dat..." Ze vroeg me dan zo veel! Op het laatst kon ik er niet meer uitkomen. En dan vertelde ik alles. Zo was Anne.

Ik had geen idee dat zij dat allemaal op zou schrijven. Wat dacht je nou, een kind dat een dagboek bijhield... Dan dacht je toch niet dat ze over zulke dingen schreef... Bijvoorbeeld dat die mensen daar vergast en vermoord werden, dat schreef ze in haar dagboek. Daar werd wel over gesproken, hier in de onderduik, over wat er allemaal gebeurde en over wat ze op de radio gehoord hadden, maar als ik voor mezelf spreek, ik kon dat niet geloven. Ik kon niet geloven, dat mensen zoiets deden. Anne wel.'

Welke ontwikkeling maakte Anne tijdens de onderduik door?

'Anne werd tijdens de onderduik steeds volwassener. Van de verliefdheid tussen haar en Peter heb ik niets gemerkt. Anne interesseerde zich voor hetgeen in de wereld gebeurde. Als ik met haar sprak, had ik het gevoel dat ik met een volwassen mens sprak. Ik kon haar alles vertellen en mijn mening geven. Zo ver was ik niet op die leeftijd en dat viel mij op. En dan dacht ik: "Gutgut kind, zo jong en al zo praten".'

Ze vroeg alles aan iedereen. Dan kwam ik beneden en dan vroeg Kleiman: "Heeft zij jou ook weer zoveel gevraagd?" En dan nam ik het toch weer voor haar op. Ik antwoordde: "Ja, het hemd van m'n lijf heeft zij gevraagd, maar laten we nou blij zijn dat zij zoveel vraagt. Stel je voor dat Anne zegt: Ik hou het niet meer uit. Nou ik zie het al voor me: een huilende Anne, een krijsende Anne! Wat moeten wij daarmee beginnen?" "Ja" zei Kleiman, "je hebt gelijk".'

Wist u dat Anne schreef?

'We wisten allemaal dat ze een dagboek erop nahield. Want wij gaven haar papier. Maar schrijven, dat deed ze helemaal alleen. En ik ben ervan overtuigd dat noch haar vader, noch haar moeder, ooit aanwezig zijn geweest terwijl ze schreef. Ik heb het 'genoegen' gehad dat ik haar een keer gestoord heb bij het schrijven. Ik ging naar de slaapkamer van de Franks. Ik kwam naar binnen en zag haar bij het raam zitten schrijven. Ik dacht: O jé, nou stoor ik haar tijdens het schrijven in haar dagboek. En dat was me niet aangenaam. Ik vroeg me af, wat zal ik doen: Zal ik weggaan of naar haar toe gaan?

Op dat moment blikte ze op. Zij keek me aan met een blik die ik nooit zal vergeten. Dat was niet de Anne die ik kende, dat vriendelijke charmante kind. Ze keek me woedend aan, verbeten. En toen stond Anne op, sloeg haar dagboek dicht en keek me uit de hoogte aan. "Ja", zei ze, "en over jou schrijf ik ook." Ik wist niet wat ik zeggen moest. Het enige wat ik nog eruit kon brengen, was: "Nou, dat zal wat moois worden." En weg ging ik, naar het kantoor. Ik ging achter mijn bureau zitten en was er kapot van. Gelukkig vroeg Bep niet aan mij wat er gebeurd was. Daar ben ik tot de dag van vandaag nog blij om. Want ik had het niet kunnen vertellen en ook niet willen vertellen. Want ik voelde me klein...'

Wat is de meestgestelde vraag aan u?

'Of ik de Duitsers haat...

Nu niet meer, maar na de oorlog wel! Als Duitse toeristen het Achterhuis bezochten, dan sloten Otto Frank en Kleiman mij altijd op in het bureau. Zij waren bang dat ik zou gaan schelden. En dat zou ik ook gedaan hebben, want ik was furieus op 'de Duitsers'. Op een dag zei Kleiman: "Miep er komt morgen een groep uit Köln en die moet ik rondleiden, maar het zijn er erg veel en die kan ik niet allemaal tegelijk het Achterhuis laten zien. Zou jij mij niet kunnen helpen?" Ik zei: "Ja, dat is goed." Ik besefte niet dat het om een groep Duitsers ging.

Toen kwam die groep en die gingen allemaal om mij heen staan en pas toen drong het tot mij door: Dat is de vijand, dat zijn die Duitsers. Maar ik wou mijnheer Frank niet beschamen, dus hield ik me in.

Die mensen hadden allemaal het dagboek gelezen en kenden de naam Miep. Ze stortten zij zich op mij: "Sie sind Miep, die echte Miep..." Toen ben ik toch tekeer gegaan. Ik heb ze uitgescholden. De leider van de groep kwam naar mij toe en legde zijn hand op mijn arm om me te sussen. "Liebe Frau Miep" -.. -ook dat nog dacht ik - ... - "al deze mannen hebben niet in de oorlog gevochten. Deze mannen waren verzetsstrijders en hebben in concentratiekampen gezeten. Ik zelf heb drie jaar in tuchthuizen doorgebracht. Toen ik eruit kwam was mijn dochter drie jaar. Ik had haar al die tijd niet mogen zien. Die drie jaar mis ik nog steeds..." En toen brak er iets in mij. Sindsdien is mijn beeld veranderd...'

Hoe kijkt u terug op de oorlogsjaren?

'Ik vraag mij vaak af, hoe het heeft kunnen gebeuren en waarom. Ik heb het daar vreselijk moeilijk mee gehad. Toen we een keer bij elkaar zaten om erover te praten, zei ik tegen Jan: "Nou ik zie het zo. Wij moeten verder. Hoe moeilijk het ook is. We kunnen niet stil blijven staan, want degene die stil blijft staan, die valt af." Maar ja, je bent een mens. En een mens moet toch iets hebben waar hij zich aan vast kan houden. Dus zei ik verder: "In die donkere tijd in de oorlog zijn wij niet aan de kant blijven staan, maar hebben onze handen uitgestoken om de mensen te helpen. Met de inzet van ons eigen leven. Meer konden we niet doen".'

Hoe redde u het dagboek van Anne Frank?

'Het was 4 augustus 1944. Het was stil op kantoor en we werkten en ineens keek ik op. De deur stond open en er kwam een kleine man binnen, die zijn revolver op mij richtte en zei: "Zitten blijven! Niet verroeren!" Ik was natuurlijk verstijfd. Hij deed de deur weer dicht en ging weg. Wat daarachter gebeurde, dat kon ik niet zien, niet horen. Want ik moest aan mijn bureau blijven zitten.

Later hoorde ik de onderduikers de trap afgaan, heel langzaam. Ik mocht niet naar het raam, ik moest blijven zitten. We zijn een paar uur later naar boven gegaan naar de slaapkamers van de Franks. En daar zagen Bep en ik dagboekpapieren van Anne op de grond liggen. Ik zei: "Oprapen!" Bep stond als versteend te kijken. Ik zei: "Oprapen, oprapen, meenemen." We waren bang, maar hebben alles zo goed mogelijk verzameld en meegenomen. Vervolgens gingen we naar beneden. En daar stonden we, Bep en ik. Ik vroeg: "Wat nu Bep?" Zij antwoordde: "Jij bent de oudste. Jij moet het maar bewaren." Ik vond dat goed.'

'Ik heb Annes dagboekpapieren niet gelezen. Hoewel Bep en Kleiman er graag eens een blik in wilden werpen. Ik heb toen gezegd: "Nee, het is wel van een kind, maar ook een kind heeft recht op privacy." Gelukkig maar, want als ik het gelezen zou hebben, dan had ik het moeten verbranden. Er stond informatie in die gevaarlijk was.'

Miep Gies overleed op 11 januari 2010, 100 jaar oud.

Lees haar bijzondere levensverhaal