Vier van Otto Franks medewerkers helpen de onderduikers.

Vier personeelsleden

Miep Gies (links) en Bep Voskuijl.
  • Printen

De onderduikers worden geholpen door vier personeelsleden van Otto Frank: Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler en Bep Voskuijl. Ook Mieps man Jan Gies helpt mee en verder zit de vader van Bep, Johannes Voskuijl in het complot.

Anne schrijft:

'Nooit hebben wij één woord gehoord dat op de last duidt, die wij toch zeker zijn. Nooit klaagt er één van hen dat wij hun te veel moeite maken. Elke dag komen ze allen boven, spreken met de heren over zaak en politiek, met de dames over eten en de lasten van oorlogstijd, met de kinderen over boeken en kranten.'

Wie is wie?

Onderduikers en helpers.

De hoofdpersonen

De vier helpers werken al lang voor Opekta, Miep Gies en Victor Kugler vanaf 1933 en Bep Voskuijl vanaf 1937. Johannes Kleiman treedt pas in 1938 in dienst bij Opekta, maar Otto Frank kent hem al vanaf 1923. Tussen directeur en medewerkers bestaat een zeer vriendschappelijke verhouding.

Strenge straffen

Johannes Kleiman en Victor Kugler worden het eerst op de hoogte gebracht van de schuilplannen, Miep Gies en Bep Voskuijl op een later tijdstip. Overigens was het Jo Kleimans idee om het achterhuis als schuilplaats te gebruiken.

Otto Frank vraagt hen of zij bereid zijn om hem en zijn gezin en het gezin Van Pels te helpen. 'Alle vier zeiden meteen ja, hoewel ze heel goed wisten hoe gevaarlijk dat was. Op het helpen van Joden stonden strenge straffen, zoals gevangenis, deportatie en zelfs executie,' schrijft Otto Frank na de oorlog.

Het voorkantoor In dit kantoor werkten Miep Gies, Bep Voskuijl en Jo Kleiman (foto van het heringerichte achterhuis: Allard Bovenberg).

Volkomen afhankelijk

Vanaf het moment dat de families Frank en Van Pels, en later ook Fritz Pfeffer, onderduiken in het achterhuis, zijn zij volkomen afhankelijk van hun vier helpers. Het leven van Miep Gies, Victor Kugler, Johannes Kleiman en Bep Voskuijl staat vanaf 6 juli 1942 bijna volledig in het teken van de bewoners van het achterhuis. Maar anders dan de onderduikers kunnen zij af en toe even hun zorgen vergeten door een korte vakantie, een film of bezoek van kennissen en vrienden.

De zaken gaan door

Terwijl de onderduikers in het achterhuis zitten, gaat het bedrijf van Otto Frank gewoon door. De medewerkers van het magazijn op de begane grond weten niets, behalve magazijnmeester Johan Voskuijl, de vader van Bep. Eind augustus 1942 maakt hij de draaikast, die de toegang tot het achterhuis verbergt.

Het magazijn de magazijnmedewerkers weten van niets (foto van het heringerichte achterhuis: Allard Bovenberg) .

Het middagbezoekje

Overdag moeten de onderduikers erg voorzichtig en stil zijn. De helpers in het kantoor mogen niets laten merken. Tussen de middag, als het personeel van het magazijn naar huis is, gaan de helpers vaak even naar de schuilplaats om een hapje mee te eten. De onderduikers kijken altijd ongeduldig uit naar die bezoeken.

Vier personeelsleden Vier van Otto's medewerkers helpen de onderduikers

De onderduikers worden geholpen door vier personeelsleden van Otto Frank: Miep Gies, Johannes Kleiman, Victor Kugler en Bep…

Meer

Vele taken Van boodschappen doen tot goede moed inspreken

De helpers zorgen voor voedsel, kleding, boeken en allerlei andere benodigdheden...

Meer