Van het dagboek van Anne Frank bestaan verschillende versies. Laureen Nussbaum schreef er een essay over. Nussbaum is emeritus hoogleraar literatuurwetenschap aan de Portland State University in Oregon (USA).

Eindelijk serieus genomen als schrijfster?

Annes dagboekpapieren De dagboeken, schriften en losse vellen papier met aantekeningen van Anne Frank.
  • Printen

In 1998 heeft het opduiken van vijf onbekende bladzijden van Anne Frank opnieuw de aandacht op haar dagboek gevestigd. Ondanks het feit dat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie reeds in 1986 de geschiedenis van 'Het Achterhuis' uit de doeken had gedaan in de kritische editie van 'De Dagboeken van Anne Frank' en alle destijds beschikbare dagboekteksten in parallel had afgedrukt, heerste er verwarring.

Het dagboek van Anne Frank verschijnt

In Anne's dagboek leest Otto dat zij het plan had opgevat om na de oorlog een boek uit te geven over haar tijd in het achterhuis

Meer

Reacties op het dagboek

Otto kreeg vele brieven na de uitgave van het dagboek van Anne.

Meer
Showcase Anne en haar dagboek

Anne Frank en haar dagboek

Ontdek het verhaal achter het dagboek van Anne Frank.

Naar de website

Mede schuld daaraan was de in 1993 samengestelde nieuwe editie van 'Het Achterhuis,' waarin Mirjam Pressler weer door elkaar had gehusseld wat de wetenschappelijke uitgave zorgvuldig uiteen had gerafeld. Het is daarom nuttig hier nog eens een beknopt overzicht van de verschillende versies van Anne Franks dagboeken te geven en de vijf aanvullende bladzijden in de juiste samenhang te plaatsen.

Het rood-wit geruite dagboek

Op haar dertiende verjaardag, op 12 juni 1942, krijgt Anne Frank haar oorspronkelijke rood-wit geruite dagboek, waarin ze meteen al die dag schrijft dat ze hoopt er van alles aan toe te kunnen vertrouwen en er een grote steun aan te hebben. De volgende weken bericht zij over haar verjaardag, over klasgenootjes en gebeurtenissen op het Joods Lyceum en over het beetje vertier dat er in juni 1942 nog voor Joodse kinderen was. Begin juli 1942 krijgt haar zestienjarige zuster Margot een oproep om zich 'voor werk in Duitsland' te melden. De familie Frank duikt onder in de bovenverdiepingen van het achterhuis aan de Prinsengracht 263. Op dat adres is het bedrijf van Otto Frank gevestigd, dat hij inmiddels in naam aan anderen had overgedragen. De familie Van Pels en de tandarts Pfeffer vinden er later eveneens een schuilplaats.

Brieven aan Kitty

De eerste weken van de onderduik zijn zo moeilijk voor de levenslustige Anne dat ze er niet eens in haar dagboek over kan schrijven. Door het lezen van een van haar lievelingsboeken, Cissy van Marxveldts 'Joop ter Heul,' komt zij eind september op het idee om haar aantekeningen in de vorm van brieven tot een imaginaire club van vriendinnen te richten, waarvan Kitty haar de liefste is. Deze dagboekbrieven, die soms kinderlijk en wat dweperig zijn, bevatten toespelingen op personen en situaties uit 'Joop ter Heul,' wat raadseltjes en moppen, daarnaast Annes dromerijen en ook al aantekeningen over wat zij leest en over haar ervaringen in de onderduik. Ertussen staan twee brieven aan een echte vriendin, Jacqueline (van Maarsen), die Anne uiteraard nooit heeft verstuurd.

Twee versies: a-versie en b-versie

Eind 1942 was het eerste dagboek op een paar lege plekken na volgeschreven. Anne heeft met haar dagboekbrieven nog een aantal schriften gevuld, die niet allemaal bewaard zijn gebleven. Daardoor weten wij niet vanaf wanneer zij zich uitsluitend tot Kitty wendt. Wel is inmiddels bekend dat Anne, daartoe aangezet door een oproep van minister Bolkestein uit Engeland over de clandestiene Radio Oranje, in het voorjaar van 1944 heeft besloten om haar oorspronkelijke dagboekaantekeningen en brieven te herschrijven met het oog op latere publicatie. Daar is ze op 20 mei 1944 zeer serieus mee begonnen. Ze heeft in de ruim tien weken die haar nog restten, 324 losse vellen volgeschreven. In de kritische editie heet de oorspronkelijke tekst de a-versie, de herschreven tekst de b-versie.

'Het Achterhuis': de c-versie

De onderduikers worden verraden en op 4 augustus 1944 gearresteerd. Na de arrestatie rapen de twee helpsters, Miep Gies en Bep Voskuijl, bijeen wat zij van Annes teksten kunnen vinden. Als een jaar later blijkt dat vader Frank de enige is die de vernietigingskampen heeft overleefd, geeft Miep Gies hem de geschriften van zijn dochter, waaruit hij dan de oorspronkelijke uitgave van 'Het Achterhuis' samenstelt. Dat wordt de c-versie in de kritische editie.

'Enkele gedeelten'

Otto Frank was een belezen man, maar hij wist weinig af van wat er met het uitgeven van een boek gemoeid is. In de oorspronkelijke uitgave van 'Het Achterhuis' staat niet vermeld dat hij de geschriften van zijn dochter heeft geredigeerd. En ook niet dat hij bij het samenstellen van het boek telkens weer een keuze had gemaakt uit twee zeer verschillende versies van Annes dagboekbrieven. In het beknopte, ongetekende slotwoord leest men slechts: 'Op enkele gedeelten na, die van weinig waarde voor de lezer zijn, is de oorspronkelijke tekst afgedrukt.' Aan deze fictie heeft Otto tot zijn levenseinde in 1980 koppig vastgehouden. Als men hem vroeg, wat hij dan wel had weggelaten, antwoordde hij dat het ging om passages over Annes lichamelijke ontwikkeling en om hatelijke opmerkingen over haar moeder. Daarmee heeft Otto Frank helaas een beeld gecreëerd dat hem tot op heden heeft overleefd, en waarvan Mirjam Pressler gebruik heeft gemaakt voor haar nieuwe uitgave van 'Het Achterhuis'. Zij deed dat ondanks het feit dat zorgvuldig lezen van de kritische editie Otto Franks bewering volledig ontzenuwt.

Kritischer en introspectiever

Het is moeilijk te achterhalen waarom Otto Frank nooit over het bestaan van twee oorspronkelijke - zij het ook fragmentarische - versies van Annes dagboekbrieven heeft gesproken. Dacht hij dat een quasi-ongeredigeerd, spontaan dagboek van een jong meisje de lezer het meest aan zou spreken? Op grond van welke ideeën heeft hij voor de eerste uitgave van 'Het Achterhuis' zijn keuze van a- en b-teksten bepaald?

Voor het jaar 1943 stond hem alleen Annes herschreven manuscript, de b-versie, ter beschikking, omdat de a-versie verloren was gegaan. Voor deze periode ziet de lezer dus het zuiverst, welke teksten Anne ter publicatie had voorbereid. Het zijn aanschouwelijke genrestukjes: taferelen uit de dagelijkse routine van de acht onderduikers en geestige beschrijvingen van goed geobserveerde bijzondere episodes, die deze routine onderbreken. Anne uit zich liefdevol en dankbaar over de helpers, speciaal over Miep Gies, maar vertelt daarnaast ook over het voedseltekort, over de onaangename ruzies in de gespannen sfeer van de onderduik en over het nieuws van buiten, vooral de Jodenvervolging en de oorlog. De dagboekbrieven van november en december 1943 worden hoe langer hoe kritischer en introspectiever.

Een jonge schrijfster

Voor het begin van 'Het Achterhuis,' de tweede helft van 1942 dus, stonden Otto Frank zowel Annes spontane aantekeningen van de a-versie als haar twee jaar later herschreven b-versie ter beschikking. Terwijl Annes b-versie met de vrij literaire inleiding van 20 juni begint, heeft Otto daar een tweetal kinderlijke teksten over Annes dertiende verjaardag en een overgangszinnetje vóór geplakt. Annes pakkende beschrijving van de consternatie, die ontstond toen Margot op 5 juli haar oproep ontving en de snelle beslissing om de volgende dag onder te duiken, heeft Otto Frank echter geheel uit Annes b-versie overgenomen. Hetzelfde geldt voor haar nauwgezette schildering van alle vertrekken van het Achterhuis, waarmee Anne bij het herschrijven van haar teksten zeer bewust de basis legde voor haar latere dagboekbrieven, opdat de lezer zich een goed beeld kan vormen van de omgeving waarin zich haar onderduikervaringen afspelen en waarin ze zich al spoedig onder de druk der omstandigheden tot een autonome persoon en tot een jonge schrijfster ontwikkelt.

Beeldvorming

Bij de herziening van haar teksten liet Anne het merendeel van haar uitbarstingen tegen haar moeder weg. In het licht van de beeldvorming is het interessant dat Otto Frank daarvan, bijvoorbeeld onder 3 oktober 1942 toch weer een gedeelte in de c-versie heeft overgenomen. Hetzelfde geldt trouwens voor Annes opmerking over haar verlangen naar haar eerste menstruatie, die zij bij het herschrijven had geschrapt, maar die vader Frank onder 29 oktober weer toevoegde.

Larmoyante passages

Voor de periode van 22 december 1943 tot 29 maart 1944 stonden Otto eveneens a- en b-versies ter beschikking. Het reeds eerder genoemde proces van groeiende kritische introspectie laat zich goed waarnemen als men de beschrijving van het kerstbezoek van een van de helpers en de daardoor loskomende emoties in de a- en b-versie vergelijkt (24 december 1943). Annes verlangen naar vrijheid en onbezorgdheid is er niet minder op geworden, maar haar taalgebruik is poëtischer in de b-versie en aan het einde van de dagboekbrief pakt ze zichzelf kordaat aan en ontzegt zich zelfbeklag. Otto Frank vond het blijkbaar zowel hier als in latere dagboekbrieven nodig Annes herziene teksten weer aan te vullen met de door haar weggelaten larmoyante passages en soms ook met zinnetjes uit andere aantekeningen. Daardoor gaat veel van de geslotenheid en van de compositorische opzet van Annes b-versie verloren.

Weggelaten teksten

De ontwikkeling van a- naar b- naar c-versie is goed na te gaan aan de hand van een lange dagboekbrief van 5-6 januari 1944. In de a-versie vertelt Anne hoe haar moeder haar ooit een psychische wond had toegebracht, die nog brandt als ze aan die episode denkt. Deze tekst heeft Anne in haar b-versie weggelaten evenals een tweede gedeelte van die brief, waarin ze over haar ontluikende lichaam schrijft, over haar menstruatie en over haar 'verschrikkelijke behoefte' om 's avonds in haar bed haar borsten te bevoelen. Otto Frank nam beide passages weer op in zijn c-versie, volkomen in strijd met de telkens weer herhaalde bewering dat hij speciaal die teksten had weggelaten, waarin Anne zich bijzonder onredelijk over haar moeder uitte of waarin zij te openhartig over haar lichaam schreef.

Verhaaltjes in 'Het Achterhuis'

In de c-versie van de teksten van begin 1944 greep Otto telkens weer terug op Annes gevoelsuitbarstingen van de a-versie, die Anne inmiddels deels had geëlimineerd en deels in verhalen had verdicht. Reeds in 1943 had ze parallel aan haar dagboekaantekeningen een aantal verhaaltjes geschreven, die voor een apart verhalenboek waren bestemd. Eind februari 1944 sublimeerde ze uit het visioen van haar geliefde oma (a-versie, 29 december 1943) het troostrijke verhaal 'De Schutsengel' en kort daarna zette ze haar hevige verliefdheid op Peter van Pels om in 'Het Geluk' (zie Anne Frank 'Verhaaltjes en gebeurtenissen uit Het Achterhuis'). Enkele van deze gebeurtenissen heeft Otto Frank in zijn uitgave van 'Het Achterhuis' opgenomen, bijvoorbeeld ‘Het beste tafeltje’ onder de datum 13 juli 1943.

Een grote ontwikkeling

Tegen de tijd dat ze haar teksten van begin 1944 aan het herschrijven was, had Anne vele goede boeken gelezen, waaraan ze haar geest en haar stijl had geschoold. Ze had innerlijk een grote ontwikkeling doorgemaakt en was uitgegroeid boven haar verliefdheid op Peter, die het qua karaktersterkte en intelligentie niet bij haar haalde. Het merendeel van haar dweperijen met Peter heeft zij in haar herziene tekst weggelaten, wat kortere Peter-teksten gewijzigd. In de b-versie van haar terugblik van 7 maart, waarin ze zich innerlijk van haar ouders losmaakt en haar zelfstandigheid dapper beaamt, komt Peter niet meer voor. Vader Frank heeft dat in de c-versie allemaal teruggedraaid. Hij wilde kennelijk voor zichzelf en voor de lezer het beeld van de geliefde, kleine, onstuimige Anne bewaren en wist zich met de objectievere, geestelijk zelfstandigere jonge schrijfster geen raad.

Geschrapte tekst

Uit deze periode stammen ook de drie meest opzienbarende van de vijf in de jaren 90 opgedoken losse bladzijden, die Otto Frank kort voor zijn dood aan Cor Suijk, destijds medewerker van de Anne Frank Stichting, had toevertrouwd. Inmiddels is er in 2001 een nieuwe kritische editie van 'De Dagboeken van Anne Frank' verschenen, waarin deze drie bladzijden, de b-versie van een dagboekaantekening van 8 februari 1944, zijn opgenomen evenals de 47 regels van de oorspronkelijke a-versie onder dezelfde datum. Deze laatste waren in de kritische editie van 1986 op verzoek van de familie Frank geschrapt. Het gaat om een beschouwing van Anne Frank over het huwelijk van haar ouders.

Een oprechte poging

Gedurende de voorafgaande weken had Anne meermaals over haar slechte verhouding met haar moeder gemijmerd en bijvoorbeeld onder 2 januari 1944 haar eigen bijdrage tot de spanningen onderkend. In de dagboekbrief van 8 februari probeert zij haar moeders hardheid te verklaren uit een diep verdriet. Anne had uit een vroeger gesprek met haar vader vernomen dat deze zijn grote jeugdliefde niet had kunnen trouwen. Ze denkt nu dat moeder Frank voelt dat haar man niet zo hartstochtelijk van haar houdt als zij van hem, hetgeen haar bitter maakt. Anne zou daar wel rekening mee willen houden, maar de ongenaakbaarheid van haar moeder maakt haar dat onmogelijk. Annes poging om haar moeder recht te doen is er niet minder oprecht om. Dat Annes veronderstelling niet geheel onjuist is, kan men in hoofdstuk 8 van Melissa Müllers biografie van Anne Frank nalezen. Het is dan ook goed dat de 'opgedoken' beschouwing van 8 februari 1944 thans eveneens volledig in de nieuwste editie van ‘Het Achterhuis’ is opgenomen (‘Het Achterhuis’; negenentwintigste, herziene druk, 2003; Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam).

'Geen sentimentele onzin'

Het huwelijk van haar ouders heeft Anne stellig beziggehouden. In een belangrijke dagboekbrief van 11 mei 1944 uit zij haar wens om schrijfster te worden. Ze is van plan om na de oorlog 'in ieder geval een boek getiteld Het Achterhuis uit (te) geven,' waar haar dagboekaantekeningen de grondslag van zullen vormen. Als tweede grote project noemt ze de voltooiing van het fragment 'Cady's leven,' waarin de titelfiguur niet met haar grote liefde zal trouwen. Anne schrijft: 'Het is geen sentimentele onzin, want de roman van vaders leven is erin verwerkt.' Otto Frank heeft deze laatste passage niet in de c-versie overgenomen. Zij stamt overigens niet uit Annes herschreven tekst, want zij heeft haar revisie niet voor de arrestatie kunnen afronden. De b-versie gaat helaas niet verder dan 29 maart 1944 en toch ziet men bij vele teksten uit de a-versie van de maanden april tot augustus dat de jonge schrijfster ook bij haar spontane aantekeningen reeds aan publicatie dacht. Een bijzonder goed voorbeeld is de adembenemende beschrijving van de inbraak op Paaszondag (11 april 1944).

Publicatie van de dagboekbrieven

Het is dan ook moeilijk te begrijpen waarom Otto Frank nog twee bladzijden via Cor Suijk had achtergehouden. Het ging hier om een korte alternatieve inleiding tot Annes b-versie, die niet minder literair is dan de nu bekende. In beide teksten bagatelliseert Anne op effectieve wijze haar aspiraties als dagboekschrijfster: in de gepubliceerde door te poneren dat niemand belang zal stellen in de ontboezemingen van een dertienjarig meisje, op de tot voor kort onbekende losse vellen door te stellen dat ze er zorg voor zal dragen dat niemand haar dagboekbrieven in handen krijgt. Vader Frank heeft dat veel te letterlijk opgevat en gevreesd dat hij er van zou worden beschuldigd Annes geschriften tegen haar wens te hebben uitgegeven. Niets is verder van de waarheid. Anne heeft immers de publicatie van haar dagboekbrieven door intensieve revisie voorbereid.

24 woorden

Zelfs nu we de vijfde, verbeterde en uitgebreide druk van de kritische editie van 'De Dagboeken van Anne Frank’ hebben, is de tekst nog niet geheel compleet. In de dagboekaantekening van 6 mei 1944 zijn 'op verzoek van betrokkenen 24 woorden geschrapt.' Op grond van de tekst samenhang kunnen we veilig aannemen, dat het hier niet om Anne en haar naasten gaat, zodat er weinig opzienbarends van een uiteindelijke publicatie van deze geschrapte woorden te verwachten valt.

Antedatering

Ernstiger lijkt mij, dat de uitgevers van de nieuwe, verbeterde vijfde druk tóch aan een omstreden datering van een belangrijke dagboekbrief hebben vastgehouden. Blijkens een uitvoerige uitleg op bladzijdes 219-220 was de oorspronkelijke datum boven deze - voor de b-versie geschreven - dagboekbrief zaterdag 30 october 1943. Die met inkt geschreven datering is met potlood doorgehaald en, eveneens met potlood, door zaterdag 7 november 1942 vervangen. Vervolgens is deze antedatering weer - zij het ook onvolledig - uitgegomd. Qua inhoud en stijl hoort deze dagboekbrief aan het einde van 1943, een bijzonder moeilijk jaar voor Anne. Een ruzie tussen haar en haar zuster, Margot, dient als uitgangspunt voor Annes beschouwingen over de relaties tussen de naaste familieleden en over haar eigen positie binnen het gezin. Ze beseft dat ze noch van haar moeder, noch van haar vader de nodige begeleiding en aanmoediging kan verwachten, dat ze haar eigen schipper moet zijn en dat alleen het schrijven in haar dagboek haar verder helpt. Dat Otto Frank voor de c-versie van deze kritieke dagboekaantekening de voorkeur gaf aan de vroegere datum, toont nogmaals aan, dat Annes snelle ontwikkeling van wispelturige ‘bakvis’ naar autonome jonge schrijfster goeddeels langs hem heen is gegaan. Jammer dat de uitgevers van de vijfde druk van de kritische editie wél ertoe bereid zijn geweest vraagtekens te plaatsen bij de datering van deze belangwekkende dagboekbrief en niet op grond van een inhoudelijke en stilistische analyse voor de latere datum hebben gekozen.

‘Een eerbetoon aan Anne Frank’

Het stemt tot voldoening dat in 2001 Anne Frank's verhaaltjes en andere proza teksten zijn uitgegeven in een bandje, passend in formaat en uiterlijk bij de vijfde druk van de kritische editie, onder de titel ‘Verhaaltjes, en gebeurtenissen uit het Achterhuis. Cady's leven.’ Gerrold van der Stroom verzorgde deze uitgave. Bij die reeks komt nu, vers van de pers, eveneens uitgegeven door Van der Stroom, Annes ‘Mooie-zinnenboek’, haar verzameling van memorabele citaten uit boeken, die zij in het achterhuis las. De reeks staat onder het motto ‘een eerbetoon aan Anne Frank’. Een uitgave van de b-versie van Annes dagboekbrieven, de versie dus, die Anne voor de druk aan het voorbereiden was, zou deze reeks op waardige wijze afsluiten. Daarmee zou de schrijfster Anne Frank ten langer leste serieus worden genomen.

Over de auteur

Laureen Nussbaum is emeritus hoogleraar literatuurwetenschap aan de Portland State University in Oregon (USA). In de jaren dertig vluchtte zij uit nazi-Duitsland naar Nederland. Daar ontmoette zij de familie Frank. Dankzij een christelijke grootmoeder ging Laureen door voor 'half-joods' en overleefde de oorlog. In 1947 was Otto getuige bij haar huwelijk. Tien jaar later emigreerde zij met haar man en drie kinderen naar de Verenigde Staten.

Anne stort zich op het schrijven Ze heeft haar dagboek, maar schrijft ook verhaaltjes

Naast haar dagboek en de verhaaltjes noteert Anne Frank ook nog 'mooie zinnen' in een speciaal schrift.

Meer

Eindelijk serieus genomen? De verschillende versies van Annes dagboek

In 1998 vestigt het opduiken van vijf onbekende bladzijden opnieuw de aandacht op het dagboek.

Meer