Op 4 augustus 1944 wordt ieders angst waarheid.

De arrestatie

Magazijningang Op 4 augustus 1944 kwamen Silberbauer en zijn helpers door deze deur naar binnen.
  • Printen

Het is 4 augustus 1944. Een warme, zonnige dag. ‘s Ochtends verschijnen rechercheurs bij het pand Prinsengracht 263 in Amsterdam. Ze gaan naar de eerste verdieping waar de helpers van de onderduikers werken. De rechercheurs ondervragen Victor Kugler en doorzoeken in zijn bijzijn het gebouw. In deze inspectie komen ze uit bij de ruimte met de draaikast en dan wordt de schuilplaats met de onderduikers ontdekt.

Politie

De Nederlandse rechercheurs onder leiding van SS-Hauptscharführer Karl Silberbauer komen tussen half elf en elf uur aan bij het magazijn op de begane grond. Ze spreken de bediende Willem van Maaren aan. Die wijst naar boven. Op de eerste verdieping is het kantoorpersoneel aan het werk als opeens de deur opengaat. Miep Gies vertelt later: 'Er kwam een kleine man binnen met een revolver in de hand, op mij gericht en die zei tegen mij: 'Zitten blijven en niet verroeren'. De rechercheurs gaan naar het kantoor van Kugler en ondervragen hem. Hij is als directeur verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. Hij moet met hen mee om het gebouw te doorzoeken.

SS-onderofficier Karl Josef Silberbauer
Karl Josef Silberbauer leidt de arrestatie van de onderduikers.

Kugler zegt later tegen een journalist: “De politie ging naar boven naar de opslagruimte in het voorhuis en ze vroegen wat er in al die kisten, zakken en balen zat. Ik moest alles openen. Ik dacht bij mezelf, als het maar een huiszoeking is hoop ik dat het snel voorbij is.” De rechercheurs gaan het hele gebouw door en ontdekken zo de schuilplaats achter de draaikast.

Afwachten

Als de rechercheurs bij Victor Kugler zijn vertrekt Bep Voskuijl snel zonder dat het wordt opgemerkt. Ze keert niet terug en wordt niet aangehouden. Het pand wordt niet bewaakt. Jan Gies, de man van Miep, komt zoals altijd rond de middag langs en hij loopt gewoon naar binnen. Miep waarschuwt hem en hij gaat direct weer weg. Hij gaat naar de broer van Kleiman, die verderop op de Bloemgracht werkt. Samen lopen zij naar de brug tegenover het onderduikpand en ze zien een voertuig voor de deur staan. Even later worden de onderduikers samen met Kleiman en Kugler afgevoerd. Intussen is het rond één uur in de middag. De inval heeft ruim twee uur geduurd.

Boekenkast
De boekenkast die de toegang tot het achterhuis verbergt

Volledig verrast

De onderduikers zijn volledig verrast. Al meer dan twee jaar leven ze met de voortdurende angst voor ontdekking. Nu is het zover. Otto Frank vertelt na de oorlog: 'Het was ongeveer half elf. Ik was boven bij de Van Pelsen op Peters kamer en hielp hem met het schoolwerk. Plotseling kwam iemand de trap oprennen en toen ging de deur open en een man stond vlak voor ons met een pistool in zijn hand. Beneden waren ze allemaal verzameld. Mijn vrouw, de kinderen en de Van Pelsen stonden met hun handen opgeheven.' Vervolgens wordt ook Fritz Pfeffer de kamer binnen gebracht.

Waardevolle spullen

De onderduikers moeten hun waardevolle spullen inleveren. Silberbauer pakt Otto's aktentas waar Annes dagboekpapieren in zitten en schudt die leeg om daar die spullen in te stoppen. Annes dagboekpapieren vallen op de houten vloer. Otto Frank: 'Toen zei hij: klaarmaken. Over vijf minuten staat iedereen weer hier.' Samen met de beide mannelijke helpers, Victor Kugler en Johannes Kleiman, die ook gearresteerd zijn, worden de onderduikers met de overvalwagen afgevoerd.

AFS_A_Gies_III_022.jpg'Ik hoorde hen de trap afgaan, heel langzaam'

Miep Gies

Verhoord

De acht onderduikers worden naar de SD-gevangenis aan de Euterpestraat gebracht. Samen met andere gearresteerden worden zij in een grote ruimte opgesloten. Daarna worden zij één voor één verhoord. De agenten proberen erachter te komen of de helpers en onderduikers nog andere adressen weten, waar onderduikers zitten. Johannes Kleiman en Victor Kugler zwijgen. Otto Frank antwoordt op die vraag, dat zij door de 25 maanden in het achterhuis elk contact met vrienden en kennissen verloren hebben en dus niets weten.

AFS_A_OFrank_III_002.001.jpgOver veel dingen kan ik ook nu nog niet praten. Over veel dingen wil ik het ook niet meer. Bijvoorbeeld over mijn gevoelens toen men ons uit onze schuilplaats joeg.

Otto Frank , 1979

Gescheiden

Daarna worden de onderduikers en helpers gescheiden. Johannes Kleiman en Victor Kugler worden naar het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg gebracht, de acht onderduikers naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans.

Anne Frank Stichting
Annes dagboekpapieren lagen over de grond verspreid

Miep en Bep vinden Annes dagboek

Miep Gies en Bep Voskuijl blijven achter op de Prinsengracht. Miep Gies vertelt hierover: 'Later zijn Bep en ik naar boven gegaan, naar de slaapkamers van de Franks. En daar zagen we op de grond de dagboekpapieren van Anne. Oprapen, zei ik. Want Bep stond als versteend te kijken. Ik zei: oprapen, oprapen, meenemen! Nou, we hebben alles zo goed mogelijk meegenomen, want we waren erg bang! We gingen naar beneden, en daar stonden we, Bep en ik. Wat nu Bep? Toen zei ze: “Jij bent de oudste. Jij moet het maar bewaren".'

De Sicherheitsdienst in Amsterdam

De arrestatie De schuilplaats wordt ontdekt

De onderduikers en de twee mannelijke helpers worden gearresteerd.

Meer

Gedeporteerd naar de kampen Eerst naar Westerbork, daarna naar Auschwitz

'In het kamp moesten wij allemaal wel werken, maar ’s avonds waren wij vrij en konden we bij elkaar zijn...

Meer

Het lot van de onderduikers Van de onderduikers overleeft alleen Otto Frank

De mannen belandden in het ene deel van het kamp, de vrouwen in het andere.

Meer
Boekenkast

De ontdekking van de onderduikers Werden de onderduikers verraden?

Bij de inval op 4 augustus 1944 zijn de acht onderduikers en twee van hun helpers gearresteerd...

Meer