Anne heeft het, net als de anderen, moeilijk in het achterhuis. Nooit naar buiten, altijd voorzichtig zijn. De spanning is enorm. In haar dagboek schrijft ze haar frustraties van zich af.
Naast de familie Frank zitten er nog vier joden ondergedoken in het achterhuis: Hermann en Auguste van Pels met hun zoon Peter, en Fritz Pfeffer. Vier kantoormedewerkers van Otto's bedrijf helpen de onderduikers. Elke dag zijn de onderduikers bang voor ontdekking. En met z'n achten zo dicht op elkaar leven, valt bepaald niet mee.
'De zon schijnt, de hemel is diep blauw, er waait een heerlijke wind en ik verlang zo, verlang naar alles... Naar praten, naar vrijheid, naar vrienden, naar alleen zijn.'
Otto zet een bedrijf op in Nederland. Hierna kan zijn familie overkomen
Edith vindt het moeilijk om te wennen in Nederland
Peter is een rustige jongen die graag met zijn handen werkt
Fritz is een knappe, charmante man
Bep is de secretaresse van Otto Franks bedrijf Pectacon