Onwetende werknemers en inbrekers in de naastgelegen bedrijfspanden en in Prinsengracht 263 zelf maakten de bewoners van het Achterhuis extra voorzichtig, uit angst voor ontdekking.

Muisstil voor de chef van de fa. Keg

Magazijn Prinsengracht 263. (Foto: Maria Austria)
  • 0 Reacties
  • Printen

De inbreker die op de avond van 9 april 1944 specerijenhandel Gies & Co binnendrong, was uit op de muntmeter, de rekenmachine, de schrijfmachine of het kasgeld, en had geen idee wat voor desastreuze gevolgen zijn actie kon hebben voor de onderduikers. Na de inbraak controleerde de politie het pand Prinsengracht 263 tot aan de boekenkast – de onderduikers verkeerden uren in doodsangst.

En dat was niet voor het eerst: in de periode van de onderduik is minstens vier keer geprobeerd in te breken bij Gies & Co. Dat maakte de acht onderduikers extra op hun hoede. Zo beschreef Anne Frank in haar dagboek hoe ze na de inbraak een grendel gemonteerd hadden op de binnenzijde van de straatdeur. Fritz Pfeffer, die tot die inbraak nog wel eens in de avonduren in het kantoortje in het voorhuis werkte, stopte daarmee.

Geen van ons allen heeft ooit in zo’n gevaar verkeerd als wij die nacht. God heeft ons wel heel erg beschermd, denk eens aan: de politie voor onze schuilkast, het licht ervoor aan en wij blijven nog onopgemerkt! ‘Nu zijn we verloren!’ zei ik zachtjes op dat ogenblik, maar we zijn weer gered.

Anne Frank, 11 april 1944

Buurpanden

Maar ook in de naastgelegen panden gebeurde genoeg wat het leven in het Achterhuis beïnvloedde, ontdekte de Anne Frank Stichting. “Het bleek dat in die bedrijfspanden buiten werktijd geregeld werknemers of dieven aanwezig waren die geen idee hadden wat zich een paar muren verderop afspeelde,” zegt onderzoeker Gertjan Broek. Niet alleen specerijenhandel Gies & Co op nummer 263, maar ook meubelfabriek Elhoek met wijnkelder op nummer 261 en levensmiddelenhandel C. Keg op 265 hadden een waardevolle inboedel en voorraad. “Zo vormden de panden een aantrekkelijke rij aan de gracht.”

Dieven

Uit oude politierapporten en krantenberichten blijkt dat in januari 1943 dertig kisten wijn werden gestolen uit de wijnkelder onder Elhoek, en in de nacht van 7 april van hetzelfde jaar namen insluipers zeshonderd gulden en een schrijfmachine mee. “Via de helpers bereikten deze onrust gevende berichten ook de bewoners van het Achterhuis.”

Uit interviews met de dochter van toenmalig vestigingschef Jacob Boon blijkt dat C. Keg ook regelmatig dieven over de vloer had. Het bedrijf had onder meer koffie, thee en peulvruchten op voorraad, spullen die in de oorlogsjaren moeilijk verkrijgbaar werden. Voor haar vader en een aantal personeelsleden waren de inbraken zelfs aanleiding af en toe in het bedrijfspand te blijven overnachten. Ook kwam Jacob Boon op zondag wel eens een paar uur naar kantoor om extra werk te verzetten. “De familie Boon woonde op tien minuten wandelen van de Prinsengracht. De dochter bevestigde dat hij op zondag wel eens doorwerkte.”

Muisstil

De onderduikers waren zich bewust van de reuring bij de buren, wat directe invloed had op hun bewegingsvrijheid in het Achterhuis. Zo schrijft Anne dat Pfeffer ook in de weekenden niet meer in het kantoortje werkt, omdat de chef van Keg hem zou kunnen horen. “Overdag tijdens werkuren moesten de onderduikers al muisstil zijn, maar ook in de avonden en weekenden was het er niet veilig: onwetende bezoekers konden hun verblijf in gevaar brengen.”

Het had weinig gescheeld of de onderduikers hadden 24 uur per dag stil moeten zijn: volgens dochter Boon had het hoofdkantoor van Keg in Zaandam erop aangedrongen dat de familie Boon de woning bij het bedrijfspand aan de Prinsengracht betrok, maar mevrouw Boon zag dat niet zitten.

Verraad

Of het uiteindelijke verraad ook samenhing met de bezoekers van de panden rond het Achterhuis, is niet bekend. Volgens Broek is het nog maar de vraag of geluid uit het Achterhuis een eventuele dief of werknemer ook direct op het spoor zou zetten van onderduikers. “Nu is algemeen bekend dat zo veel mensen tijdens de oorlog ondergedoken zaten, maar dat was in 1943 nog geen gemeengoed.”

Zo sprak een man die in de oorlogsjaren bij meubelfabriek Elhoek werkte met de onderzoekers. Hij wist te vertellen hoe hij bij mooi weer met zijn collega’s wel eens gingen lunchen in de goot tussen beide panden. “Ze hadden wel eens geluiden opgevangen uit het Achterhuis, maar daarbij nooit aan onderduikers gedacht.”

Door Merel Straathof, 3 juni 2014, Het Parool.

Lees de reactie van anderen (0)

Er zijn nog geen reacties.

Zelf reageren

We stellen je reactie zeer op prijs. Velden met een * zijn verplicht. *

Geslacht

Onderzoekers reconstrueren het leven van de familie

Anne Frank onderzoekers reconstrueren het leven van de familie

Meer

Nieuwe feiten Vluchten naar Engeland of Amerika

Nieuwe feiten over Anne Frank en de vluchtpogingen van de familie

Meer

Op vakantie De vrije jaren in Nederland

Anne Frank, haar vrije jaren in Nederland

Meer

Einde in een ongeorganiseerde hel De hel op aarde

Via Westerbork en Auschwitz-Birkenau kwam Anne Frank in Bergen-Belsen terecht

Meer