Onderzoek antisemitisme in het voortgezet onderwijs

Een op de drie docenten getuige van antisemitische voorvallen in de klas

Amsterdam , 12-7-2013

Een op de drie docenten was het afgelopen jaar getuige van antisemitische voorvallen in de klas. Dit blijkt uit het rapport van onderzoeksbureau Panteia, dat in opdracht van de Anne Frank Stichting onderzoek deed naar antisemitisme in het voortgezet onderwijs. De Stichting wil met het onderzoek, waaraan 937 docenten meededen, een actueel beeld krijgen van de aard en omvang van antisemitische voorvallen onder middelbare scholieren.

Antisemitisme in het voortgezet onderwijs kent verschillende verschijningsvormen. Wanneer er wordt gekeken naar de context van de incidenten, dan valt het op dat antisemitische voorvallen vaak voetbalgerelateerd zijn. Veertig procent van de docenten geeft aan hier een of meerdere keren mee te maken te hebben gehad. Dit voetbalgerelateerd antisemitisme kent zijn oorsprong in rivaliteit tussen fanschares van verschillende voetbalclubs en manifesteert zich nu ook buiten voetbalstadions op middelbare scholen. Antisemitische opmerkingen doen zich ook voor tegen de achtergrond van het Midden-Oostenconflict. Dit is een al langer bekend en hardnekkig verschijnsel. Een op de vijf docenten rapporteert beledigingen van Joden in deze context. Holocaustontkenning of –bagatellisering komt ook regelmatig voor. Het onderzoek laat zien dat een op de tien docenten het afgelopen jaar hiermee is geconfronteerd.

Antisemitisme in het onderwijs

Antisemitisme in het middelbaar onderwijs kent verschillende uitingsvormen. Meestal betreft het scheldpartijen en beledigingen die zich niet tegen een specifiek persoon richten. De meerderheid van de daders is autochtoon en mannelijk. Tegelijkertijd is er, gelet op de onderwijspopulatie, een relatieve oververtegenwoordiging van Marokkaanse en Turkse leerlingen. Autochtone daders zijn in meerderheid verantwoordelijk voor voetbalgerelateerd antisemitisme, allochtone daders voor antisemitisme met een Midden-Oostenachtergrond. Antisemitische voorvallen komen op alle onderwijsniveaus voor, van Praktijkschool tot VWO, met een lichte oververtegenwoordiging in het VMBO.

Educatie

Ondanks het feit dat antisemitische voorvallen in het voortgezet onderwijs in 2013 minder vaak voorkomen dan in 2004, respectievelijk vijfendertig tegenover vijftig procent, laten de uitkomsten van het onderzoek zien dat tegengaan van antisemitisme in het voortgezet onderwijs hard nodig blijft. Daarbij moeten succesvolle aanpakken, zoals educatie over de Holocaust  en over vooroordelen die aan antisemitisme en andere vormen van discriminatie ten grondslag liggen, worden gecontinueerd. Tegelijkertijd moet gezocht worden naar oplossingen voor nieuwe problemen, zoals het voetbalgerelateerd antisemitisme op scholen. Ronald Leopold, directeur van de Anne Frank Stichting: "Antisemitisme in het voortgezet onderwijs is nog steeds een fors probleem. Het aandeel van voetbalgerelateerd antisemitisme daarbij heeft ons verrast. Jongeren moet duidelijk gemaakt worden dat antisemitisch gedachtegoed een gevaar vormt voor een veilige samenleving. De uiteenlopende vormen van antisemitisme op school vragen een eigen, specifieke aanpak met inzet van alle betrokken partijen. Daarover is onder leiding van de minister van Sociale Zaken en Werkegelegenheid overleg gaande. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de resultaten van dat overleg."

Download rapportage

Het eindrapport 'Antisemitisme in het voortgezet onderwijs' in pdf.

Nu downloaden (679KB)

Bekijk ook

Herdenking Rotterdam Jaarlijkse herdenking deportatie joden Rotterdam

Tijdens de jaarlijkse herdenking op 30 juli jl...

Meer

App wint Award Internationale prijs

Tijdens de derde editie van de International Design & Communication Awards (IDCA) is bekendgemaakt dat Annes Amsterdam en…

Meer