In het boek ‘Bep Voskuijl, het zwijgen voorbij´ van de auteurs Jeroen de Bruyn en Joop van Wijk wordt Nelly Voskuijl opgevoerd als mogelijke verraadster van de acht onderduikers in het Achterhuis in Amsterdam. Nelly Voskuijl, de zus van Bep Voskuijl, had een Duitse onderofficier als vriendje en zou hebben gecollaboreerd met de Duitsers.

Verraadtheorie

Otto Frank en de helpers op kantoor, kort na de oorlog in 1945. Bep Voskuijl zit geheel rechts op de foto.
  • Printen
  • RSSRSS

De toedracht van de gebeurtenissen op 4 augustus 1944, die geleid hebben tot de arrestatie van de acht onderduikers in het Achterhuis en twee van de helpers, is onbekend. Geen van de bestaande verraadtheorieën geeft hier een sluitend antwoord op. De nieuwe verraadtheorie, die Jeroen de Bruyn en Joop van Wijk, de jongste zoon van Bep Voskuijl, in hun boek naar voren brengen, is gebaseerd op een aantal aannames.  De auteurs kiezen voor interpretaties die richting Nelly Voskuijl wijzen. De Anne Frank Stichting ziet in de nu ontvouwde theorie geen reden om de verdenkingen tegen Nelly Voskuijl over te nemen.

De verraadtheorie die Jeroen de Bruyn en Joop van Wijk in hun boek naar voren brengen, is gebaseerd op een aantal aannames en interpretaties:  

Paspoort

Nelly Voskuijl kreeg volgens de auteurs eind 1942 via Duitse connecties snel en kosteloos een Duits visum, en ontvluchtte daarmee stilletjes de ouderlijke woning. Uit bronnen blijkt dat ze bij de gemeente Amsterdam een Nederlands paspoort heeft aangevraagd, net zoals duizenden andere Amsterdammers. Uit de aanvraag blijkt dat de minderjarige Nelly dit paspoort met toestemming van haar ouders en met medewerking van het Arbeidsbureau kreeg. Het doel is vertrek naar 'Duitschland', ongetwijfeld om daar te gaan werken. Paspoortaanvragen werden indertijd vaak binnen twee of drie dagen afgehandeld en waren kosteloos voor wie in Duitsland ging of moest werken.

Silberbauer

SD-officier Dettmann zou zijn ondergeschikte Silberbauer hebben verteld dat de tip van een betrouwbare bron kwam. Silberbauer heeft zich hier echter nooit over uitgelaten. In 1963 verklaarde hij tijdens een verhoor door de Weense politie en Nederlandse Rijksrecherche het volgende: “Zoals gebruikelijk heeft DETTMANN mij niet de naam genoemd van de persoon die hem over deze zaak heeft ingelicht.” Dettmann zelf is hierover nooit ondervraagd aangezien hij in juli 1945 stierf. Het was zeer ongebruikelijk dat ondergeschikten een toelichting op hun opdrachten kregen. Dat Silberbauer zou zijn meegedeeld dat er een jonge vrouw zou hebben gebeld, is onvoldoende onderbouwd.

Arrestatie

Bep Voskuijl is destijds niet gearresteerd vanwege haar zuster. De suggestie dat ze stille protectie genoot vanwege haar collaborerende zuster is speculatief. Haar collega Miep Gies werd ook niet gearresteerd, en dat gebeurde wel vaker bij onderduikerhelpers. Volgens Silberbauer werden in dit soort situaties de directie verantwoordelijk gehouden, niet de secretaresse(s).