Otto Treumann

© Caroline Schröder
  • Printen

Otto Heinrich Treumann  komt uit een liberale Joodse familie uit Fürth, Beieren.  Hij wordt geboren op 28 maart 1919 als tweede kind  van Max Treumann en Babette Besels. Otto is een nakomertje;  Franz, de oudste zoon van Max en Babette, is bij de geboorte van zijn kleine broertje al bijna twintig.

Bronnenlijst

Voor Het Amsterdam van Anne Frank werd geput uit een groot aantal bronnen.

Naar bronnenlijst

Intro

Otto's vader is vertegenwoordiger in bouwmaterialen en zijn moeder werkt als fotografe voor  verschillende populaire tijdschriften. Zoals gebruikelijk in Joodse kringen is Otto voorbestemd voor een loopbaan in de geneeskunde, rechtsgeleerdheid of handel. Hij gaat naar het gymnasium, eerst in Fürth en later in Neurenberg, ter voorbereiding op een academische opleiding, maar zijn vooruitzichten  daarop worden beperkt door de machtsovername door de nazi's in Duitsland.

Naar Nederland

De benoeming van Adolf Hitler tot Rijkskanselier in 1933 wordt al snel gevolgd door een reeks anti-Joodse maatregelen en gewelddadigheden. Joodse bedrijven worden geboycot en Joden worden uitgesloten van de vrije beroepen. Als gevolg daarvan besluiten Otto's broer en diens vrouw Alice in 1934 Duitsland te verlaten. Zij wijken uit naar Nederland en vestigen zich in Amsterdam, waar Franz bij een bank gaat werken.

Een jaar later, na de invoering van de rassenwetten van Neurenberg in september 1935, laat Franz zijn 16-jarige broertje Otto ook naar Amsterdam komen. Omdat hij niet of nauwelijks Nederlands spreekt, maar wel talent heeft voor tekenen, wordt hij naar de Grafische School Amsterdam gestuurd.

In 1936 begint Otto met een opleiding toegepaste grafische kunst aan de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam. Daar raakt hij bevriend met medestudenten als Benno Premsela en Jan Bons. Tevens leert hij er zijn toekomstige vrouw kennen: Jettie van de Velde Olivier. Als hij zijn opleiding heeft afgerond, gaat hij aan de slag als grafisch ontwerper bij Co-op2, een klein reclamebureau, dat is opgezet door twee docenten van de Nieuwe Kunstschool.

Als onderduiker actief in het verzet

Na de bezetting van Nederland in mei 1940, volgen de anti-Joodse maatregelen elkaar in snel tempo op om in de zomer van 1942 uit te monden in de eerste razzia's en het begin van de deportatie van Joden naar de conentratiekampen. Als Otto tijdens een razzia wordt opgepakt door de Duitsers, weet zijn schoonzus hem met een smoes vrij te krijgen. Dat lukt haar nogmaals als Otto voor een tweede keer wordt gearresteerd. Als de Duitsers Otto voor de derde maal willen oppakken, weet hij te vluchten via het dak van het huis waar hij een kamer huurt. Een paar dagen nadat Otto is ondergedoken, bevalt zijn vriendin Jettie van hun zoon René.

In 1943 keert Otto terug naar Amsterdam en duikt hij onder in het huis van Jettie. 'Er was moed voor nodig om onder te duiken', zegt hij, 'want officieel bestond je dan niet meer. Je was vogelvrij. Als je gepakt werd, was het met je gebeurd.' Als onderduiker is Otto ook actief in het verzet. Zijn taak bestaat eruit dat hij uitvergrote foto's van stempels moet uitwerken tot perfecte werktekeningen; op basis daarvan maken anderen de stempels.

In Duitsland heeft Otto op het gymnasium gezeten en zoals alle Duitse leerlingen leerde hij daar het zogenaamde Gotische schrift te schrijven. Hij kan dan ook als geen ander de Duitse en veelal gotische belettering imiteren. Als tekenaar is hij bij uitstek geschikt om persoonsbewijzen, stempels en handtekeningen van de Duitsers te vervalsen.

Hij grijpt dit illegale werk met beide handen aan. Hij zegt daarover: 'Al die jaren had ik het gevoel van wanhopige machteloosheid en opeens kon ik ook een aandeel in het verzet tegen de bezetters leveren.' Al gauw vervalst Treumann alle soorten drukwerk. Door zijn werk kunnen verzetsmensen van valse papieren, geld en levensmiddelen worden voorzien of uit de gevangenis worden bevrijd. Zo schrikt hij er niet voor terug om de handtekening na te maken van de Höhere SS- und Polizeiführer Hanns Albin Rauter, als die nodig blijkt voor de bevrijdingsactie van een gevangen verzetsstrijder.

Toonaangevend vormgever

Als Nederland eenmaal bevrijd is, hoort Otto dat zijn ouders en grootmoeder, die in 1939 ook naar Nederland vluchtten, in het voorjaar van 1943 in Sobibor zijn vermoord. Zijn broer Franz heeft de oorlog, net als Otto, overleefd. In 1946 krijgt Treumann de Nederlandse nationaliteit en trouwt hij met Jettie. Vier jaar later wordt hun dochter Babette geboren.

Na de oorlog speelt Treumann een belangrijke rol in de Nederlandse vormgeving. Zijn affiches voor de Jaarbeurzen in Utrecht en Rotterdam krijgen grote bekendheid. Hij werkt ook voor het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Nationale Ballet. Hij ontwerpt logo's voor de Anne Frank Stichting, de Nederlandse Gasunie en vele andere bedrijven en instellingen. Voor de PTT ontwerpt hij een aantal postzegels.

In 1994 krijgt Otto Treumann de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

Otto Treumann blijft zich zijn hele leven inzetten voor onderdrukten, zoals de Joden in de Sovjet-Unie. 'Je kunt jezelf niet blijven kwellen met de vraag of je in de oorlog meer mensen had kunnen redden, want dan geef je Hitler alsnog de kans om jou kapot te maken. Zoals een oud Joods gezegde luidt: 'Wie één leven redt, redt de hele wereld.'

Otto Treumann overlijdt in 2001, zijn vrouw Jettie twee jaar later.