Ted Musaph - Andriesse

Ted in 1943 Foto: Joods Historisch Museum, Amsterdam (particuliere collectie).
  • Printen

Rosetta Cato Andriesse ('Ted'), wordt op 17 augustus 1927 in Utrecht geboren als dochter van Herman Andriesse en Betje van Spiegel. Ted groeit op in Deventer. Vlak voor de Duitse inval verhuist zij met haar ouders, twee broers en zusje naar Utrecht.

Getuigenverhaal: Ted Musaph-Andriesse, Bergen-Belsen

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is in 2005 van start gegaan met het project Sprekende beelden - Getuigenverhalen bij Oorlogsmonumenten. Persoonlijke verhalen en de lokale oorlogsgeschiedenis bij gedenktekens komen hierdoor samen. Inmiddels zijn meer dan honderd getuigenissen vastgelegd en meer dan dertig portretten verfilmd.

Naar Oorlogsmonumenten.nl

Bronnenlijst

Voor Het Amsterdam van Anne Frank werd geput uit een groot aantal bronnen.

Naar bronnenlijst

Daar krijgen ze vanaf 1941 te maken met de maatregelen die de Duitsers tegen de Joden in Nederland uitvaardigden. Alle Joden uit de provincie moeten op een gegeven moment naar Amsterdam verhuizen, dus Teds familie ook. Daar kent ze niemand, ze is inmiddels zestien en naar school gaat ze niet meer.

'In Westerbork kende ik in ieder geval iemand'

Joden worden op grote schaal opgepakt en weggevoerd en in juni 1943 halen de Duitsers haar ouders, broer en zusje op. Ted hoort dat vanuit haar schuilplaats onder de gang in het huis. Na felle discussies met haar ouders hebben die haar toestemming gegeven om onder te duiken. Zonder geld, zonder valse papieren gaat Ted op zoek naar een veilige plek. Eerst naar Utrecht waar ze nog vrienden van haar ouders kent. Ted wordt daarna naar een onderduikplek op de Veluwe gebracht, maar kan daar niet blijven want er zijn al teveel Joodse onderduikers. Terug in Utrecht komt ze in huis bij een Joods echtpaar, maar na een dag is er al verraad en samen met de gastouders wordt ze naar de Hollandse Schouwburg gebracht.

Ted heeft geluk. Met behulp van een verzetsgroep in de Hollandse Schouwburg, weet ze te ontsnappen naar de crèche aan de overkant. Ze is dus weer vrij, maar waar moet ze heen? Niemand weet van haar situatie, ze heeft geen geld of papieren en ze is bang, bang voor wat er gebeurt als ze weer wordt opgepakt, bang om anderen weer in gevaar te brengen. Ze ziet het niet meer zitten en uit wanhoop stapt ze op de trein naar Westerbork, naar haar ouders: 'Daar kende ik in ieder geval iemand'.

Bergen-Belsen

In januari 1944 wordt ze met haar familie naar het concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd. Bergen-Belsen is geen vernietigingskamp en de overlevingskansen lijken er iets groter, maar vanaf eind 1944 wordt ook in dit kamp de toestand slechter en slechter. Door honger, ziekte, vervuiling en uitputting sterven honderden mensen per dag. Ook Teds vader sterft daar. Ze is wanhopig: 'Er is niemand meer op de wereld die weet dat ik hier ben en dat ik het niet lang meer kan volhouden'.

In april 1945, vlak voor de bevrijding van het kamp, wordt een trein met tweeduizend Joodse gevangenen uit Bergen-Belsen door de nazi's zonder bestemming in oostelijke richting gestuurd. Ted zit ook in de trein. Gedurende de reis van tien dagen sterven honderden mensen. Uiteindelijk houdt de trein halt bij Tröbitz, waar Ted, samen met haar moeder, broer en zusje, op 23 april 1945 door de Russen wordt bevrijd. In juni 1945 komt ze weer in Nederland aan. Haar oudste broer, die in Frankrijk is gepakt wegens verzetswerk en naar kamp Dachau is gestuurd, keert ook weer terug. Ted is ernstig ziek, ze heeft tuberculose en moet vier jaar in een ziekenhuis blijven.

Inzet voor de Joodse gemeenschap

Na de oorlog studeert Ted Semitische talen en wordt zij lerares Hebreeuws en beëdigd tolk-vertaler bij de rechtbank. Ze trouwt in 1958 met psychiater prof. dr. Herman Musaph. Lang maakt ze deel uit van het bestuur van de Nederlandse Zionistenbond, die streeft naar een eigen Joodse staat, totdat ze eind jaren zestig besluit zich in te zetten voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Dertig jaar is ze voorzitter van het bestuur van het Joods Historisch Museum, en momenteel erevoorzitter. Ook maakt ze als vice-voorzitter deel uit van het bestuur van de Anne Frank Stichting en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Nog altijd is ze als adviseur betrokken bij deze organisaties.