Monument voor de neergeschoten Keesje Brijde
De twaalfjarige Keesje Brijde wordt op 13 december 1944 doodgeschoten. Het is middenin de hongerwinter en Keesje gaat voor zijn moeder op zoek naar stukjes steenkool. Dit doet hij in de Rietlanden, het oostelijk havengebied, dat door de Duitsers als Sperrgebiet is aangemerkt. Niemand mag hier komen.
Keesje wordt door een NSB'er of door een agent van de Grüne Polizei betrapt en neergeschoten. Hij wordt nog naar het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis gebracht, maar tevergeefs. De jongen overlijdt aan zijn verwondingen en wordt op de Oosterbegraafplaats begraven.
Na de oorlog komt er voor Keesje een wit kruis op de Borneokade, op de plek waar hij vermoedelijk neergeschoten is.