© Beeldbank WO2 / NIOD
Hélène Egger - ‘De oorlog was begonnen, maar dat kon me niet zoveel schelen’
'10 mei 1940. Ik weet het nog heel goed. Je zag ze overkomen, de vliegtuigen. De oorlog was begonnen, maar dat kon me niet zoveel schelen. Want mijn moeder was ziek, zo verschrikkelijk ziek. Daar was ik veel meer mee bezig.
Ze had een hersentumor. 8 mei was ze nog geopereerd. Het was een heel zware operatie en die ging niet goed. Hij heeft bijna negen uur geduurd. Haar hele hoofd lag open. De tumor moest eruit. De professor die haar opereerde, is diezelfde avond nog naar Amerika geëmigreerd. Waarom? Omdat hij Joods was.
Na de operatie ging ik met mijn twee oudere broers Daniël en Julius bij opa en oma in Amsterdam wonen. Zij waren de ouders van mijn moeder. Zij gingen voor ons zorgen. Het huis aan de Koninginneweg was veel te klein om drie kinderen in op te voeden. Maar het moest. Het kon niet anders. Mijn ouders waren al uit elkaar voordat mijn moeder ziek werd.
Ik was een paar dagen uit logeren bij de familie De Jong toen Daniël me kwam ophalen. "Mama is overleden", zei hij en ik zag dat hij zijn best deed om niet te huilen. We liepen samen naar huis. Ik weet nog precies wat ik aanhad: een matrozenpakje met een grote witte kraag.
Toen we bij opa en oma kwamen, stonden daar allemaal kleine stoeltjes. Dat doen Joodse mensen als er iemand overleden is. Dan gaan ze op die stoeltjes zitten. Zeven dagen. Dat heet sjiwwe zitten.
Ik heb mijn moeder niet meer gezien. Ze hebben haar begraven op de Joodse Begraafplaats in Muiderberg, een dorpje vlak bij Amsterdam. Ik was er niet bij. Ze hebben het allemaal voor me weggehouden. Ik weet niet waarom. Ik denk dat ze dat beter voor me vonden. Later, na de oorlog, ben ik vaak naar haar graf gegaan. Uren heb ik daar gestaan. Uren in mijn eentje. Toen mijn moeder stierf op 23 september 1941 was ik elf jaar. Elf jaar en ontroostbaar.
Bron: Fragment uit Ik ben er nog. Het verhaal van mijn moeder Hélène Egger. Met medewerking van auteur Debby Petter en Uitgeverij Thomas Rap.
Hélène Egger
De Joodse Hélène Egger is tien jaar oud als in 1940 de oorlog uitbreekt. Als haar moeder een zware operatie ondergaat, komt ze bij haar opa en oma te wonen. Na een arrestatie weet Hélène met hulp van haar opa, die connecties bij de Joodsche Raad heeft, uit de Hollandsche Schouwburg te komen. Ze duikt onder en komt uiteindelijk terecht bij een Brabants boerengezin.
Meer over deze persoon