© Privécollectie Paula Bakker
Paula Bakker - Meidagen
Tien jaar was ik toen de oorlog begon. Ik vond het heel vreemd. Ik had gedacht, oorlog dat bestaat helemaal niet meer, dat is iets uit de middeleeuwen. Terwijl er in '14-'18 ook oorlog was geweest en dat wist ik wel, maar dat was heel ver weg. Ik dacht wel, hoe is het mogelijk, ik kon me het niet voorstellen, dat dat nog bestond. Maar ja, het was er.
Er werd over gesproken dat wij hulp zouden krijgen van de Amerikanen en de Fransen, dat stond vast. Nou, dat gebeurde dus helemaal niet.
Mijn moeder zei - want mijn stiefvader had helemaal geen stem: “Jij gaat naar de P.C. Hooftstraat”. Want het postkantoor kan wel eens gebombardeerd worden. Mijn moeder had een vriendin Yvonne. De vader van Yvonne's vriend Stas had een prachtige speelgoedwinkel in de P.C. Hooftstraat. Zij dachten dat ik daar veilig was. Dat is op een steenworp afstand van de Singel, maar toen waren de afstanden nog iets groter.
Op de hoek van de Blauwburgwal en de Herengracht, daar is een bom gevallen. Dat was heel dichtbij. Moet je nagaan, als ze een tel eerder die bom hadden laten vallen was hij in de P.C. Hooftstraat terechtgekomen! Mijn moeder kwam van de markt. En toen was het afgezet. Toen dacht ze: “O jezus christus er is een bom gevallen op ons huis!” Het dienstmeisje was alleen thuis op de Singel, die was net een stofdoek aan het uitzwaaien. Ze was als geparalyseerd. Een heel lief vriendinnetje van mij die op de Blauwburgwal woonde en buiten speelde is door de druk tegen een boom gekomen. Dood. Ze was van mijn leeftijd. Van een ander meisje van de school was een been weggeslagen.
Paula Bakker
Paula Bakker is 10 jaar als de oorlog uitbreekt. Haar ongehuwde moeder drijft met Paula’s stiefvader een pension aan de Singel. Daardoor woont zij met zo’n 10 mensen in één huis: huurders en pensiongasten. De meeste zijn ongehuwd of gescheiden, met de één is er veel contact, de ander huurt alleen een kamer. Paula maakt de bezetting op een veelzijdige manier mee.
Meer over deze persoon