Etalage van Gerzon in de Kalverstraat, 1942 © Stadsarchief Amsterdam
Arisering van modemagazijn Gerzon
Bij de modemagazijnen van de gebroeders Gerzon is een groot aantal Joden werkzaam. Aan het begin van de oorlog staan er drie Joodse mannen aan het hoofd van het bedrijf: Arthur Marx, Jules Eduard Gerzon en George Hecht. Op 12 februari 1941 krijgen zij een brief waarin staat dat Gerzon overgenomen zal worden door een Verwalter. Diezelfde dag nog moeten Marx, Gerzon en Hecht plaatsmaken voor F.W. Schönherr, rijksduitsers Knut en Wolber en de NSB’er Th. van Anrooy.
Na de Februaristaking worden de Joodse werknemers van Gerzon systematisch ontslagen. Zo’n 300 van hen overleven de oorlog niet. Directeur Julius Eduard Gerzon kan legaal naar Portugal gaan als hij al zijn aandelen in het bedrijf afstaat. Hij weigert en vertrekt in 1942 op eigen gelegenheid. Ziek en berooid komt hij in Portugal aan en hij overlijdt in december in een ziekenhuis in Lissabon.
Beroving van Joden
Door werk, geld en bezittingen van Joden af te nemen maakt de nationaalsocialistische bezetter hen steeds zwakker. Joden mogen al snel geen eigen bedrijf meer hebben, niet meer voor niet-Joden werken en geen eigen bankrekening meer hebben. Na deportatie worden hun huizen leeggehaald.
Meer over dit onderwerp
Meer over dit onderwerp