Vorige Volgende

Vorige

Naar het vorige item in de tijdlijn

Volgende

Naar het volgende item in de tijdlijn

1943 Deportaties en aanslagen
Hélène met Jo en Fia Voets in Vorstenbosch (© Privécollectie Hélène Egger)

Hélène Egger - 'Ik kwam van de hel in de hemel'

Het verzet waarschuwt Hélène en haar grootouders dat ze snel weg moeten:

'Dat betekende halsoverkop naar een ander adres. Opa en oma bleven in Amsterdam en ik werd door een vreemde man naar een gezin in Vught gebracht.

Het ging steeds slechter met me. Ik was op te veel verschillende adressen geweest. Mijn hoofd zat vol met verdriet. Ik was iedereen kwijt. Vaak fantaseerde ik over hoe het zou zijn als mijn vader en mijn broers Daniël en Julius weer terug waren, opa weer grapjes zou maken, oma weer zou lachen, we met zijn allen naar muziek luisterden en viskoekjes aten. De viskoekjes van mijn moeder. Soms droomde ik haar terug, droomde ik alles terug. Dan woonden we weer in Zandvoort. Een gewoon gelukkig gezin. Mijn ouders niet gescheiden, mijn moeder niet ziek en geen oorlog.

Toen ik uit Rotterdam weg moest was ik totaal onverschillig. Met in mijn hoofd de beelden van mijn familie op dat zolderkamertje, die benauwde lucht nog in mijn neus, zat ik met tante Greet in de trein. Ik had geen kleren meer. Alleen het jurkje dat ik aanhad. Tot op de draad versleten. De reis duurde heel lang. Ik mocht in de trein niet praten. Onderweg stapte er nog een jongen in. Hij noemde de vrouw ook tante Greet. Op het station van Veghel in Noord-Brabant stapten we uit. Tante Greet vertelde me dat we naar Vorstenbosch gingen. Daar had ik nog nooit van gehoord. We moesten lopen, want er reed geen openbaar vervoer. Bij de eerste boerderij die we tegenkwamen hebben we de jongen afgeleverd. Hij dook daar onder. Het was geen Joodse onderduiker, maar een jongen die niet naar Duitsland wilde om te werken en ook dan liep je gevaar. Bij de boer kregen we thee en een boterham. Een echte boterham! Zoiets lekkers had ik in tijden niet gehad.

Ik kwam van de hel in de hemel. Ik werd zo hartelijk opgenomen in dit arme, katholieke gezin dat ik me onmiddellijk thuis voelde. De volgende dag was het zondag en mocht ik meteen mee naar de kerk. Voor het eerst sinds tijden kon ik gewoon veilig buiten zijn. Er was in het hele dorp geen NSB'er te vinden. Toch wist niemand, behalve de vader en moeder, dat ik een Joods meisje was. Het zou veel te gevaarlijk zijn om dat te vertellen. Er hoefde er maar eentje fout te zijn en je was verraden. Ze vertelden dat ik een nichtje uit Rotterdam was. Ik kwam aansterken op het platteland. Niemand vond dat raar. Ondanks mijn zwarte haar viel ik in deze familie helemaal niet op als een vreemde.'

 

Bron: Fragment uit Ik ben er nog. Het verhaal van mijn moeder Hélène Egger. Met medewerking van auteur Debby Petter en Uitgeverij Thomas Rap.

Bekijk de bronnenlijst

  • Printen

Hélène Egger

De Joodse Hélène Egger is tien jaar oud als in 1940 de oorlog uitbreekt. Als haar moeder een zware operatie ondergaat, komt ze bij haar opa en oma te wonen. Na een arrestatie weet Hélène met hulp van haar opa, die connecties bij de Joodsche Raad heeft, uit de Hollandsche Schouwburg te komen. Ze duikt onder en komt uiteindelijk terecht bij een Brabants boerengezin.

Meer over deze persoon Meer over deze persoon

1937 Onderdeel van de Amsterdamse gemeenschap

De familie Frank raakt steeds meer ingeburgerd en treedt toe tot de Liberaal Joodse Gemeenschap. Arbeiders verenigen zich, om zich sterk te maken voor betere werkomstandigheden.

1938 Veel Joodse vluchtelingen na Kristallnacht

Na Kristallnacht vluchten meer Joden naar Nederland. Ook prinses Juliana voelt zich verbonden met de Joodse gemeenschap. Terwijl de opvang van de Joden meer aandacht krijgt, dreigen NSB’ers vaker in te grijpen.

1940 Amsterdam bezet

Voor de familie Frank verandert er na de inval van de Duitsers nog niet zo veel. Opekta verhuist naar de Prinsengracht. Tijdens bombardementen vallen er doden en gewonden in Amsterdam.

1940  Amsterdam bezet

1941 Joden mogen steeds minder

Het begint met een bioscoopverbod maar al snel worden Joden uit praktisch alle openbare gelegenheden geweerd. Joodse kinderen moeten naar aparte scholen. Dat geldt dus ook voor Anne en Margot Frank.

1941  Joden mogen steeds minder

1942 Het wordt steeds gevaarlijker voor Joden

Op haar dertiende verjaardag krijgt Anne Frank een dagboek. Een paar dagen later schrijft ze over de situatie in Amsterdam. De Jodenster wordt ingevoerd en de eerste razzia’s vinden plaats. In juli duikt de familie Frank onder.

1942  Het wordt steeds gevaarlijker voor Joden

1943 Deportaties en aanslagen

Terwijl de familie Frank ondergedoken zit, worden duizenden Joden uit Amsterdam gedeporteerd. Het verzet probeert de deportaties te frustreren met aanslagen op onder andere het bevolkingsregister. Veel mag het niet baten.

1943  Deportaties en aanslagen

1944 Ontdekt en gearresteerd

Op 4 augustus worden de onderduikers in het achterhuis ontdekt en gearresteerd. Via Westerbork gaan ze naar Auschwitz. Als de geallieerden in Zuid-Nederland landen is er even hoop op een snelle bevrijding. Duitse soldaten en NSB’ers slaan na Dolle Dinsdag op de vlucht.

1944  Ontdekt en gearresteerd

1945 De Hongerwinter eist zijn tol

De Hongerwinter teistert Amsterdam. Velen komen om van de honger en de kou. In de kampen sterven Edith, Margot en Anne Frank. Alleen Otto Frank overleeft. De Canadezen bereiken Amsterdam.

1945 Vreugde en verdriet

Een viering op de Dam op 7 mei eist levens als Duitse soldaten op de menigte schieten. Op 8 mei wordt Amsterdam echt bevrijd. Otto Frank keert terug. Hij weet dan al dat Edith dood is. Dat zijn twee dochters de oorlog ook niet hebben overleefd hoort hij later.

1945  Vreugde en verdriet

1946 Langzaam wordt de draad weer opgepakt

Op 3 mei 1946 vindt de eerste officiële dodenherdenking plaats. Het dagboek van Anne Frank wordt op 25 juni 1947 gepubliceerd. In Amsterdam krijgt het normale leven langzaam weer gestalte. Van 70.000 Joden die in 1940 in de stad woonden, hebben slechts 10.000 de oorlog overleefd.

1950 Blijvende herinnering

Ook al is de bevrijding al vijf jaar een feit, de nagalm van de oorlog blijft duidelijk merkbaar. De Joodse gemeenschap dankt Amsterdam met een monument voor haar hulp aan de Joden.

1950  Blijvende herinnering
  • 1950
  • Aan de beschermers der Nederlandse Joden in de bezettingsjaren. Beschermd door uw liefde. Gesterkt door uw weerstand. Rouwend met u.

    Deel opschrift monument 'Joodse Dankbaarheid'
  • picture:Eens per jaar twee minuten stilte

De tijdlijn is aan het laden

In wat voor stad leefde Anne Frank?
Zie hoe de bezetting en Jodenvervolging Amsterdam hebben getekend.

Let op er is meer

Gebruik de scrollbar om het hele item te bekijken.

 

 

Sluiten

Het Amsterdam van Anne Frank in vogelvlucht

Bekijk de belangrijkste plaatsen en verhalen uit het Amsterdam van Anne Frank.
Klik door naar de Tijdlijn en zie hoe Amsterdam vanaf 1933 verandert van een toevluchtsoord in een bezette stad.
Zoom in door aan de linkerkant op het plusje te klikken. Je kunt de plaatsen op de kaart dan makkelijker aanklikken.