© Stadsarchief Amsterdam
Joop Zoutberg - Mevrouw Feitsma kon Japie niet achterlaten
'Op een mooie zonnige avond in 1942 werd onze straat afgezet. Iedere woning werd doorzocht en allen die nog niet waren vertrokken, werden meegenomen. Mijn ouders, mijn broertje en zusje en ik stonden op het balkon te kijken en zagen hoe onze buren een steeds langer wordende rij vormden in het midden van de straat.
Vanaf het balkon zagen we mevrouw Feitsma en haar andere zoontje Philip de deur uit komen en zich aansluiten bij de enorme rij mensen. Steeds groter werd de colonne. Niemand zei iets, er hing een ijzige stilte. Opeens zagen we mevrouw Feitsma naar een Duitse soldaat toe lopen, het leek alsof ze iets vroeg. Even later ging de bel. Mevrouw Feitsma kwam de trap op, ze had zich bedacht, ze kon Japie niet bij ons achterlaten. "Als we in het kamp mijn man treffen, dan zal hij toch allebei zijn zonen willen zien," legde ze uit. Daar zie je wel aan dat de meeste mensen geen idee hadden wat hun te wachten stond.
Maar er waren ook mensen die het wel wisten. Toen onze naaste buurvrouw, mevrouw Kleijnkramer, naar buiten kwam, was ze helemaal in paniek. Uit de stilte klonk ineens haar stem op, in een hysterische wanhoopskreet schreeuwde zij: "We worden vergast, we worden vergast." Niemand reageerde, niemand zei iets. Dat is me bijgebleven omdat ik niet begreep wat dat woord betekende, "vergast". Die avond zijn er misschien wel tweehonderd mensen weggevoerd uit onze straat.'
Bron: Fragment uit Machteloos? Ooggetuigen van de Jodenvervolging. Met medewerking van auteur Anna Timmerman en Joop Zoutberg.
Joop Zoutberg
Joop Zoutberg woont als niet-Joodse jongen met zijn familie in de Jodenbuurt. Zijn vader werkt in de matzefabriek en Joop voelde zich erg thuis tussen de Joodse mensen. Nadat de jodenster is ingevoerd beginnen de razzia’s. Joop ziet hoe zijn buren en vrienden uiteindelijk allemaal meegenomen worden.
Meer over deze persoon
Meer over deze persoon