Boris Kowadlo - Geen eten meer te koop
'In Amsterdam is de honger heel sterk toegenomen, er zijn geen brandstoffen meer, geen gas, geen elektriciteit en weinig brood. Duizend gram brood voor een week en een kilo aardappelen in de week, dat is alles wat we op de bonnen krijgen. Stel je eens voor: één brood voor de hele week! Er is geen boter en ook andere artikelen zijn niet te krijgen.
Ook voor geld zijn die levensmiddelen niet te krijgen. Een pond boter kost negentig gulden. Als je het kunt krijgen willen de boeren, die zelf nog goed te eten hebben, er geen geld voor, maar ze willen andere artikelen voor hun aardappelen. Goud en zilver en edelstenen, dat willen de boeren voor hun levensmiddelen hebben.'
Bron: Boris Kowadlo: fotograaf tussen herinnering en toekomst door Bernadette van Woerkom. Vertaling uit het Jiddisj door Ariane Zwiers.
Hongerwinter
De winter van 1944-1945 staat bekend als de Hongerwinter. Er is een groot tekort aan voedsel en brandstof, vooral in de grote steden in West-Nederland. Dit deel van van Nederland is afgesneden van toevoer van kolen en voedsel doordat de geallieerden inmiddels Zuid-Nederland hebben bevrijd en de Duitse bezetter zoveel mogelijk goederen voor zichzelf houdt en naar Duitsland transporteert. Er sterven meer dan 20.000 mensen van de honger en de kou.
Meer over dit onderwerp