© Privécollectie familie Escher
Nol Escher - 'Hij is al dagen lang van huis'
'Ik hoor mijn vader rommelen in de kast in de slaapkamer. Hij komt weer te voorschijn met een koffertje en zegt: "Het is maar beter dat ik vannacht weg ben. Het is mogelijk dat ze ons vannacht oppakken." Tot mijn eigen stomme verbazing barst ik in een loeiend gehuil uit. "Stil maar, stil maar," zegt mijn vader glimlachend. "Het zijn maar geruchten, maar we nemen het zekere voor het onzekere. Het is een kans van 1 op 1000." En hij gaat de trap af, weg.
’s Nachts word ik wakker van een keihard gestamp van laarzen op de trap. De deur wordt opengegooid en drie landwachters, met pistolen in de hand, staan even later binnen. Eén kijkt onder mijn bed, één stormt naar het raam en speurt links en rechts de dakgoot af. Met lantaarns schijnen ze mijn kamer af. Ze hijgen, ze zeggen niets van mijn Russische frontkaart tegen de muur. Ze stormen weer omlaag en ik hoor ze druk praten tegen mijn moeder. Het enige dat ik haar hoor zeggen is: "Ik weet niet, hij is al dagen lang van huis, in Friesland of Drenthe, eten halen."
Bron: Fragment uit Nol Escher, Trompetten in de verte: een novelle, samengesteld door Emilie Escher, dochter van auteur Nol Escher.
Nol Escher
Nol Escher is acht jaar als de oorlog uitbreekt. Omdat de kust wordt geëvacueerd verhuist hij van Bentveld, een dorp in de duinen bij Zandvoort, naar Amsterdam. De familie Escher betrekt Kerstmis 1942 een huis op de Noorder Amstellaan 190 waar daarvoor Joodse mensen woonden en keert in juni 1945 weer terug naar Bentveld.
Meer over deze persoon
Meer over deze persoon