© Ghetto Fighters' House
Tieke Jansma staat met een onderduikster op het dak van haar huis aan de Nieuwe Prinsengracht
Tieke Jansma laat Joodse mensen onderduiken in haar huis aan de Nieuwe Prinsengracht. Eerder deed ze dit ook in haar huis in Zaandijk, waar ze werkte als lerares. In haar huis in Amsterdam zitten acht onderduikers: Karel Fonteijn (die ook in Zaandijk bij haar zat), Selma Wackers-Schwarz, Doris en Erna Berliner, Davina Margot van Rijn, Norbert Klein, Esther Helena Knap en Heinz Martin Silbermann.
In november 1944 weet Selma een aantal palingen in handen te krijgen. Maar ze zijn besmet met salmonella en Doris, Erna, Norbert en Selma worden ziek. Ze worden opgenomen in het ziekenhuis aan de Karel du Jardinstraat.
Tieke Jansma overlijdt zelf in dit ziekenhuis op 12 januari 1945 aan tyfus. Haar huis blijft als onderduikplek functioneren en na haar overlijden komen er nog twee onderduikers bij. Iedereen kan in het pand blijven tot aan de bevrijding.