Bethaniënstraat 2 © Maria Austria Instituut / Ad Windig
Nol Escher - 'Daar kun je nog hout halen'
'Daar waar de Amstel ophoudt een brede rivier te zijn, aan de kant van Carré, maar dan nog verder binnenstadsinwaarts, daar kun je nog hout halen. Het zijn de verlaten huizen waar ik naartoe moet. Ik neem Ankie Bredevoort mee. Verbazingwekkend zoveel hout er nog is. De kleine handkar met de juten zakken om het hout onder te leggen staat op de hoek. Zo kan Ankie ze van twee kanten zien aankomen en mij tijdig waarschuwen.
Ik treed het geraamte, dat vroeger een huis was, binnen. Je kunt zo door het raam naar binnen. De vellen behang hangen langs de muur en onder de kale trap ligt een hoop poep. Van een mens? Van een hond? Ook stinkt het er naar pis. Ik haal de zaag onder mijn jopper vandaag en begin de spijlen van de trap los te zagen. Uit het plafond steekt een balk schuin omlaag zodat ik de hemel kan zien. Wat een heerlijke balk! Maar hoe krijg ik die klein? Ik laat hem maar hangen. Ik sjouw op en neer met planken. Ankie schuift ze snel onder de jute. Dan nog vijf, zes pijlers van de trap. En dan gaan we terug. Het is stil op straat. Het lukt, we komen thuis.'
Bron: Fragment uit Nol Escher, Trompetten in de verte: een novelle, samengesteld door Emilie Escher, dochter van auteur Nol Escher.
Nol Escher
Nol Escher is acht jaar als de oorlog uitbreekt. Omdat de kust wordt geëvacueerd verhuist hij van Bentveld, een dorp in de duinen bij Zandvoort, naar Amsterdam. De familie Escher betrekt Kerstmis 1942 een huis op de Noorder Amstellaan 190 waar daarvoor Joodse mensen woonden en keert in juni 1945 weer terug naar Bentveld.
Meer over deze persoon
Meer over deze persoon