De Eerste Wereldoorlog in Europa

overzicht strijdende partijen
  • Printen

De gevechten in Europa zijn verspreid over fronten in het westen, oosten en zuiden.

Het Westfront

Duitsland probeert in korte tijd de Belgische en Franse kust te bereiken, maar dit lukt niet. Na de ‘Race to the Sea’ ontstaat een duidelijke, stabiele frontlijn. De geallieerden behouden Ieper als een laatste barrière tussen de Duitsers en de havens aan het Kanaal.

In de Eerste Slag bij Ieper lijden de Duitsers een nederlaag.

Andere grote slagen aan het westfront zijn:

- de Tweede Slag bij Ieper (95.000 doden – waarvan 37% Duits)

- de Slag om Verdun (een nipte overwinning voor de geallieerden)

- Slag om de Somme (de geallieerden winnen terrein, de Hindenburglinie ontstaat)

- de Derde Slag om Ieper (meer terreinwinst voor de geallieerden)

Het Oostfront

In augustus 1914 vallen twee Russische leger Oost-Pruisen binnen. Het Duitse leger stopt ze tijdens de Slag om Stallupönen. Het Duitse leger arriveert in het Oostenrijkse Galicië en de Russische legers worden bij Tannenberg en de Mazurische Meren verslagen. Het Tweede Russische Leger houdt op te bestaan.

Na de Slag bij Lemberg, van augustus tot september 1914, neemt Rusland grote delen van Galicië in. In de winter van 1914-1915 vecht Rusland tegen de Centrale Mogendheden in de Karpaten. In 1915 stuurt Duitsland meer troepen richting het oostfront en leidt een groot offensief, dat uitmondt in de inname van Warschau op 5 augustus. De Russen worden uit Polen verdreven.

Van 4 juni tot 20 september 1916 vindt het Broesilovoffensief plaats, het grootste Russische offensief tegen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Het is bedoeld om de Duitsers bij Verdun te verzwakken. Dit lukt, bovendien wordt het Oostenrijk-Hongaarse leger gebroken.

In 1917 gaan de Duitsers zich echt concentreren op het oostfront, om Rusland zo snel mogelijk te verslaan. Deze toegenomen Duitse militaire druk is één van de oorzaken van de Russische Revolutie in 1917. Het nieuwe Russische regime dat daaruit ontstaat wil vrede met Duitsland. In maart 1918 wordt daartoe de Vrede van Brest-Litovsk getekend.

Het Balkanfront

Het Balkanfront vormt het strijdtoneel van enerzijds de Centralen, met Oostenrijk-Hongarije, het Duitse Keizerrijk en Bulgarije, en anderzijds de geallieerden, waaronder het Koninkrijk Servië, Griekenland en het Koninkrijk Roemenië.

In het begin weet het goedgetrainde Servische leger Oostenrijk-Hongarije af te houden. Het Oostenrijk-Hongaarse leger vecht ook al aan het oostfront tegen het veel grotere Russische leger dat Galicië binnen is gevallen en bovendien willen Slavische Oostenrijk-Hongaarse troepen niet tegen mede-Slaven vechten.

In 1915 krijgt Oostenrijk-Hongarije militaire hulp van het Duitse Keizerrijk en nieuwe bondgenoot Bulgarije. Het Servische leger wordt nu vanuit het noorden en oosten aangevallen en moet zich terugtrekken. Maar het Servische leger blijft operationeel en houdt zelfs hoofdkwartier in Griekenland.