SS-generaal Hanns Rauter wordt berecht

  • Printen

Rauter was verantwoordelijk voor de politie en de veiligheidsdiensten in het bezette Nederland. Vanuit deze positie was hij niet alleen verantwoordelijke voor de deportatie van de joden, maar ook voor de bestrijding van het Nederlandse verzet, de deportatie van Nederlandse mannen naar Duitse dwangarbeiderskampen en het neerslaan van de Februaristaking in 1941.

Een aanslag op Rauter door het Nederlandse verzet in 1944 mislukte. Het verzet dacht dat hij in een auto zat, maar Rauter was geen passagier. Een Duitse officier werd gedood en als vergelding werden 661 mannen en jongens uit het dorp Putten gedeporteerd naar diverse concentratiekampen. Bijna niemand van hen overleefde dit.

Bij een tweede poging van het verzet, in 1945, raakte Rauter ernstig gewond. Hij hield zich dood en overleefde zo. Deze keer werden ongeveer 300 verzetsmensen uit heel Nederland opgepakt en geëxecuteerd.

Rauter bleef in het ziekenhuis tot zijn arrestatie door de Britse Militaire Politie na het einde van de oorlog. Hij werd overgedragen aan de Nederlandse regering en berecht door een speciale rechtbank in Den Haag. Die veroordeelde hem tot de dood en dit vonnis werd door een hogere rechtbank bevestigd. Op 24 maart 1949 werd hij door een vuurpeloton geëxecuteerd.