Terug

Einsatzgruppen: speciale moordcommando’s

1941-1942 Sovjet-Unie

Na de inval in de Sovjet-Unie richten de nazi’s Einsatzgruppen (speciale eenheden) op in de nieuw veroverde gebieden. Deze ‘moordcommando’s’ moeten Joden en communistische functionarissen doden. Ze krijgen hulp van de Wehrmacht.

De eenheden roepen hun slachtoffers op zich te melden op een centraal punt, of drijven ze samen tijdens razzia’s. Daarna executeren ze de mensen aan de rand van ravijnen of gegraven kuilen. Soms brengen ze Joden eerst in getto’s onder en vermoorden ze hen pas later.

Eén van beruchtste massamoorden vindt in september 1941 plaats in het ravijn van Babi Jar bij Kiev. Door een aanslag van de NKVD (geheime dienst van de Sovjet-Unie)  wordt het legerhoofdkwartier van de Duitsers beschadigd. De nazi’s besluiten als wraak de Joden in Kiev uit te roeien.

EinsatzgruppeC roept de Joden met pamfletten op om zich te melden voor migratie. Meer dan 30.000 van hen geven gehoor aan deze oproep. Zij worden vervolgens naar het ravijn van Babi Jar gebracht. Daar worden ze gedwongen zich uit te kleden en al hun bezittingen af te geven. Dan worden ze doodgeschoten.

Einsatzgruppe C vermoordt op deze manier in twee dagen tijd 33.771 Joden, met behulp van lokale collaborateurs. Eind 1941 hebben de Einsatzgruppen ongeveer 300.000 Joden vermoord. Een half jaar later ongeveer een half miljoen. Niet alleen Joden maar ook tienduizenden Sovjetfunctionarissen, partizanen, gehandicapten en Roma worden vermoord.