In juli 1941 richten de nazi’s een krijgsgevangenkamp op in Trawniki, een dorp in het Generalgouvernement (het zuidelijke deel van het door Duitsland bezette Polen). Het kamp is bedoeld voor krijgsgevangen Sovjet-soldaten na de inval in de Sovjet-Unie.
De Sovjet-krijgsgevangenen krijgen het aanbod om hun gevangenschap te ontlopen door met de SS mee te werken als Hilfswilligen (hulptroepen). Vooral anticommunistische en antisemitische Oekraïners, Letten of Litouwers nemen dit aanbod aan. Ze worden in Trawniki opgeleid en vanaf september 1941 ingezet. Op het moment dat er minder krijgsgevangenen zijn omdat de oorlog met de Sovjet-Unie slechter verloopt, worden ook burgers geworven. Er worden meer dan 5000 mannen in het kamp opgeleid.
De Hilfswilligen helpen de nazi’s bij razzia's en de ontruiming van getto’s in het bezette Polen. Ze zijn betrokken bij acties tegen partizanen en ondersteunen de Einsatzgruppen. Ze zijn bewakers in vernietigingskampen en bedienen er de moordinstallaties.
Vanaf de zomer van 1942 worden in het kamp Joodse dwangarbeiders gevangengezet. Zij ondergaan de wrede behandeling van de kampleiding en hun leerlingen.
In juli 1944 wordt het kamp door de nazi’s verlaten en door het Sovjet-leger ontdekt.



