In september 1945 begint het eerste Bergen-Belsenproces. Er staan 45 personen terecht voor een Britse krijgsraad in een tot rechtbank omgebouwde gymzaal. Het gaat om kampcommandant Joseph Kramer, andere SS-ers, vrouwelijke bewakers en een aantal kapo’s (gevangenen die de leiding hebben over andere gevangen, bijvoorbeeld bij werk). Ze worden aangeklaagd vanwege misdaden tegen de menselijkheid, het mishandelen van gevangenen en andere misstanden in het kamp. Het proces duurt twee maanden. Aan het einde krijgen elf aangeklaagden de doodstraf. Anderen krijgen gevangenisstraffen, variërend van één jaar tot levenslang. Vijftien mensen worden vrijgesproken.
Het eerste Bergen-Belsenproces
17 september 1945 Lüneburg
In 1946 en 1948 volgen nog twee processen tegen voormalig kamppersoneel van Bergen-Belsen.
