Tienduizenden Joden vluchten uit Duitsland en Oostenrijk naar Nederland om aan de nazi’s te ontkomen. Veel van hen trekken verder naar andere landen, maar dat lukt niet iedereen. Voor de Joden die in Nederland achterblijven, komt er één opvangplek: Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork in Drente. Nederlandse Joden moeten van de overheid voor de bouw betalen.
In de zomer van 1939 begint de bouw van het kamp. Arbeiders in de werkverschaffing, een regeringsmaatregel om werklozen bezig te houden, timmeren de barakken. De eerste Joodse vluchtelingen, die in oktober opgenomen worden in het kamp, zijn passagiers van het schip St. Louis, dat in Cuba niet aan land mocht en teruggestuurd is naar Europa. Zij helpen mee bij het afbouwen van het kamp.


