In de zomer van 1939 geeft Adolf Hitler twee SS-ers de opdracht om het vermoorden van ongeneeslijk zieken te organiseren. Hij schrijft: 'Reichsleiter Bouhler en Dr. med. Brandt zijn ervoor verantwoordelijk de bevoegdheden van bepaalde artsen uit te breiden, zodat naar menselijk oordeel ongeneeslijk zieken, na een zorgvuldige beoordeling van hun ziekte, de genadedood kunnen krijgen.'
Deze twee nazi’s zetten een grootschalig “euthanasie”- of “genadedood“-programma op: kinderen en volwassenen met een geestelijke, verstandelijke of lichamelijke aandoening die niet te genezen is, mogen in sommige gevallen vermoord worden. De nazi’s zien deze mensen als een bedreiging voor de gezondheid, de kracht en het voortleven van het hele Duitse volk. Ze kunnen niet werken en de verzorging van deze mensen kost volgens de nazi’s teveel geld.
De betrokken artsen sturen vragenlijsten over de gezondheid en arbeidsgeschiktheid van patiënten naar inrichtingen en verpleeginstellingen. De echte reden ervoor wordt niet bekend gemaakt. De ingevulde formulieren worden gebruikt om te bepalen welke patiënten voor “euthanasie” in aanmerking komen. De uitgekozen patiënten worden vervolgens opgehaald en naar ziekenhuizen vervoerd. Vandaar worden ze naar een moordcentrum gebracht en binnen 24 uur omgebracht. Daarna worden ze er gecremeerd. De families van de overledenen krijgen overlijdensaktes met een valse doodsoorzaak, zoals longontsteking of blindedarmontsteking.
Het euthanasieprogramma blijft niet geheim. De overlijdensaktes zijn niet altijd geloofwaardig, de crematoria van de moordcentra zijn herkenbaar door hun rook en de patiënten zijn spoorloos. Na protesten door een aantal kerkelijk leiders en vanuit de bevolking laat Hitler op 24 augustus 1941 het programma stoppen. Er zijn dan 70.000 mensen vermoord. In het geheim gaat het door, en de moordcentra worden daarna ook gebruikt om gevangenen te vermoorden.
De nazi’s proberen verschillende moordmethodes uit en kiezen in overleg met Hitler voor vergassing met koolmonoxide. Daarvoor worden speciale gaskamers gebouwd. Veel van de daders gebruiken hun opgedane kennis en ervaring later bij de massamoord op de Joden in Oost-Europa.
Vanwege het adres van het hoofdkwartier in Berlijn, Tiergartenstrasse 4, heeft deze massamoord later de naam Aktion T4 gekregen.