Terug

Roma en Sinti worden uit Duitsland gedeporteerd

22 mei 1940 Asperg, Duitsland

In mei 1940 deporteren de nazi’s meer dan 2500 Roma en Sinti uit het westen van Duitsland naar het bezette gebied in zuidelijk Polen.

Ze zijn uit hun woonplaatsen naar drie verzamelkampen in Hamburg, Keulen en Asperg overgebracht en hiervandaan per trein gedeporteerd naar werkkampen en getto’s. Velen sterven later aan ondervoeding en ziektes. Sommigen worden vermoord.

Volgens de nationaalsocialistische ideologie zijn de Roma en Sinti, net als de Joden, een minderwaardig ras. Na de machtsovername maken de nazi’s het leven van de Roma en Sinti moeilijk. Ze mogen hun traditionele beroepen, zoals muzikant, niet meer uitoefenen. In sommige steden moeten Roma en Sinti verplicht in afgeschermde kampen wonen waar de omstandigheden erg slecht zijn. Kinderen komen in speciale tehuizen. Ook steriliseren de nazi’s Sinti en Roma zodat ze geen kinderen meer kunnen krijgen.

Kort na het begin van de Tweede Wereldoorlog, in september 1939, besluit de SS al dat de ongeveer 30.000 Roma en Sinti uit Duitsland naar werkkampen in het bezette Polen overgebracht moeten worden. De deportatie in mei 1940 is de eerste stap. In 1942 beveelt Heinrich Himmler dat alle Sinti en Roma uit Duitsland en de bezette gebieden naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd moeten worden. De meeste gedeporteerden zijn daar vermoord.

Ook in de bezette landen van Europa worden Sinti en Roma vermoord door hen naar Auschwitz-Birkenau te deporteren. Het totaal aantal slachtoffers loopt in de honderdduizenden.

De Roma en Sinti noemen de massamoord op hun volk porajmos: "de verslinding".