Op 8 mei 1943 kondigt de Duitse bezetter in Nederland de arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) af voor alle Nederlandse mannen van 18 tot 35 jaar. Dit betekent dat zij in Duitsland moeten gaan werken. De Nederlanders moeten zich zelf komen melden. Er zijn te weinig Duitsers over om te werken want de meeste zitten in het leger.
De Duitse bezetter denkt dat hij 170.000 arbeiders uit Nederland kan halen, maar er komen er maar 54.000. De meeste Nederlandse mannen willen niet voor de vijand werken. Veel duiken onder of zorgen voor een verklaring dat ze arbeidsongeschikt zijn of onmisbaar zijn thuis of in hun bedrijf.
Daarna voeren de Duitsers de druk op. Ze verruimen de leeftijd van 17 tot 40 jaar en houden razzia’s. Alle mannen die op straat lopen, kunnen opgepakt en naar Duitsland gebracht worden. Het lukt de Duitsers een kwart miljoen Nederlandse mannen te werk te stellen.
De beruchtste razzia is in Rotterdam. Daar worden op 10 en 11 november 1944 in de hele stad 52.000 mannen opgepakt.
Het werk in Duitsland is vaak zwaar. De arbeiders krijgen slecht eten en worden streng behandeld. Het is ook nog eens gevaarlijk omdat de geallieerden de fabrieken bombarderen om de Duitse oorlogsproductie te verstoren. Maar sommige Nederlanders hebben het niet slecht en genieten van de vrijheid die ze hebben nu ze niet meer thuis wonen.