Op 15 mei 1940 rijden Duitse militairen Amsterdam binnen. Ze hebben tijdens de Duitse inval bij de Grebbeberg tegen het Nederlandse leger gevochten. De Duitse troepen worden bij Duivendrecht opgewacht door de loco-burgemeester Kropman van Amsterdam. Kropman spreekt tegenover Generaal Von Tiedemann de hoop uit dat de Joden door de Duitsers in Amsterdam met rust gelaten zullen worden. Von Tiedemann stelt de wethouder enigszins gerust: ‘Als de Joden ons niet willen zien, dan zien wij de Joden niet’.
Langs de route van de Duitse soldaten staan veel Nederlanders die enthousiast de Hitlergroet brengen. Als de Duitsers bij het stadhuis aankomen, worden ze opgewacht door een ambtenaar met een plattegrond van de stad.
Na dit bezoek rijden de troepen naar België. Daar is de Duitse aanval nog niet voorbij.




