In november 1942 begint verzetsvrouw Helena Kuipers-Rietberg met het opzetten van een organisatie om onderduikers te helpen. Door haar werk voor een christelijke vrouwenorganisatie kent ze veel mensen. Ze vraagt de dominee Frits Slomp in november 1942 om hulp. Hij is een groot tegenstander van de nazi’s en reist door heel Nederland om onderduikadressen en gastgezinnen te vinden.
In de loop van 1943 ontstaat uit dit netwerk de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers - afgekort de LO. Veel bestaande verzetsgroepen sluiten zich erbij aan. De LO regelt onderduikadressen voor Joden en jonge mannen, die niet voor de bezetter willen werken.
Later ontstaan ook de Landelijke Knokploegen (LKP), die bijvoorbeeld distributiekantoren overvallen om voedselbonnen voor onderduikers te stelen.
Helena Kuipers-Rietberg en haar echtgenoot worden in augustus 1944 gearresteerd door de Sicherheitsdienst. Bij het verhoor neemt ze alle schuld op zich zodat haar man vrijgelaten wordt. Helena komt terecht in het Duitse concentratiekamp Ravensbrück. Hier overlijdt ze verzwakt door ziekte op 27 december 1944.