De geheime ingang van het Achterhuis

None %}
Boekenkast

Een boekenkast als geheime ingang

In de zomer van 1942 dreigen de nazi’s met huiszoekingen, als Nederlanders hun fietsen niet inleveren. Een fiets is tijdens de oorlog een waardevol bezit, daarom willen de nazi’s ze graag hebben.

Als het voorhuis van het pand aan de Prinsengracht ooit doorzocht zou worden, is de kans op ontdekking van de onderduikers in het achterhuis groot.

Daarom is het noodzaak om de schuilplaats beter te beschermen: helper Johan Voskuijl timmert een draaibare boekenkast. In deze video zie je hoe deze geheime ingang precies werkt.

Entree met trap woonkamer Achterhuis

None %}
Trap

Anne op de trap


‘Ik stik zowat in de alarms, ben niet uitgeslapen en heb geen zin in werk’, schrijft Anne op 26 juli 1943. De onderduikers worden knap zenuwachtig van het constante luchtalarm, het geluid van het Duitse afweergeschut, van bombardementen en luchtgevechten.

‘s Nachts doen ze vaak geen oog dicht en ook overdag zorgt het voor angst en onrust. Wat als het misgaat? Ze kunnen dan geen kant op. 

Anne bedenkt een ietwat vreemde oplossing om met haar angst om te gaan: ‘Bij harde paffers haaste men zich naar de dichtstbijzijnde houten trap, rent deze af en weer op en zorgt ervoor, dat men bij herhaling hiervan minstens één keer zachtjes naar beneden valt. Met de opgelopen schrammen en het lawaai dat het lopen en vallen maakt, heeft men genoeg te doen om zowel het schieten niet te horen als ook er niet meer aan te denken. Schrijfster dezes heeft dit ideale recept beslist met succes toegepast!' [2 juni 1944]

De badkamer: één toilet en wastafel voor acht mensen

None %}
Opgroeien

Verliefd, ijdel en onzeker: Anne wordt volwassen

Anne wil graag volwassen zijn. Ook zij ervaart de onzekerheden die horen bij een meisje dat opgroeit. Ze wordt verliefd, pubert en twijfelt of ze wel mooi genoeg is. Aan dagboekvriendin Kitty vertrouwt ze haar onzekerheden toe.

None %}
Doortrekken

Een gevaarlijk half uurtje in het Achterhuis

Tussen half negen en negen uur ‘s ochtends moeten de onderduikers doodstil zijn en mogen wc en wastafel absoluut niet gebruikt worden. De afvoer loopt namelijk recht door het magazijn.

De mannen van het magazijn beginnen eerder dan de helpers in de kantoren. Zij weten niet dat er in het Achterhuis onderduikers wonen en mogen niets merken.

Als om negen uur de helpers aan hun werkdag beginnen, wekt het minder argwaan als de onderduikers gebruik maken van de wc. De magazijnmedewerkers zullen dan denken dat het geluid afkomstig is van de helpers. Te vaak doortrekken kan natuurlijk niet, want dat zou wel opvallen.

Kamer van Anne Frank en Fritz Pfeffer

None %}
Gluren naar de buren

Gluren naar de buren

Als de onderduikers zuinig aan moeten doen met elektriciteit - ook elektriciteit gaat op rantsoen in de oorlog - ontdekt Anne iets om de verveling te verdrijven.

Lezen in de schemering lukt niet, dus pakt ze de verrekijker om vanuit het donkere Achterhuis in de helder verlichte kamers van de buren, die nog wel elektriciteit hebben, te gluren.

Een paar buren zijn net aan hun avondeten begonnen, een familie is aan het filmen en een tandarts is nog druk aan het werk. Anne is blij verrast. ‘Ik wist niet dat buren zulke interessante mensen kunnen zijn, althans de onze.’ (Anne Frank, B-versie, 28 november 1942).

Als het echt donker is, is de pret afgelopen. Dan moet iedereen verduisteren. 

None %}
Plaatjesmuur

Anne versiert haar kamer met Hollywood sterren, kunst en royalty

De kamer van Anne is krap en kaal. Om de boel wat op te vrolijken, besluit ze plaatjes van landschappen, filmsterren, leden van het koninklijk huis en kunst op de muren te plakken.

None %}
Anne groeit

‘Zeldzaam mooi’ - Anne krijgt rode schoenen

Door de puberteit groeit Anne hard tijdens de onderduik. Haar kleren worden te klein en ook haar schoenen knellen. In maart 1943 heeft ze alleen nog maar onhandige skischoenen om op te lopen. Van een van de helpers krijgt ze nog wel een paar rieten sandalen, maar die zijn binnen de kortste keren kapot.

Uiteindelijk lukt het helpster Miep om voor een fors bedrag rode suède schoenen met hoge hakken te bemachtigen . ‘Zeldzaam mooi’, vindt Anne ze en is maar wat trots. ‘Ik zie er nog veel groter uit, dan ik al ben.’ [Anne Frank, Het Achterhuis, 10 augustus 1943]

None %}
Ruzie met Fritz

Grote ruzie om een klein tafeltje

Voor Anne is het niet makkelijk om haar krappe kamertje te delen met een man die net zo oud is als haar vader. Omgekeerd heeft Fritz Pfeffer het ook moeilijk met de opstandige en scherpe puber Anne. De eerste irritaties komen al snel. 

Het grootste conflict gaat om het schrijftafeltje. Als Anne aangeeft de tijd aan het tafeltje graag eerlijker te willen verdelen, zodat zij allebei in rust kunnen werken, weigert Fritz dat. Hij vindt Annes werk, in tegenstelling tot zijn studie Spaans, Nederlands en Engels, niet serieus genoeg.

Anne is woedend en kalm tegelijk. ‘Het ene ogenblik dacht ik: `Ik geef hem direct een klap voor z'n smoel dat‑ie met z'n onwaarheden tegen de muur aanvliegt!' En het volgende ogenblik zei ik tegen mezelf: `Houd je kalm, die vent is het niet waard dat je je zo druk over hem maakt!' [Anne Frank, Het beste tafeltje, 13 juli 1943]

Het loopt zo hoog op dat Anne aan haar vader vraagt om te bemiddelen. Uiteindelijk geeft Fritz toe, maar van harte gaat het niet. Terugblikkend schrijft Anne: ‘Pfeffer keek heel sip, sprak twee dagen niet tegen me en moest van vijf tot half zes toch nog aan het tafeltje zitten. Kinderachtig, natuurlijk.’ [Anne Frank, Het beste tafeltje, 13 juli 1943]

None %}
Het dagboek

Het dagboek: Annes dierbaarste bezit

Als Anne moet onderduiken, blijkt het dagboek al snel een grote steun. In deze video zie je het verhaal achter het dagboek, wat schrijven voor Anne betekent en hoe het dagboek kon uitgroeien tot een wereldberoemd boek.

Kamer van Otto Edith Margot Frank

None %}
Lezen

Als de onderduikers stil moeten zijn, leest Otto Frank Dickens

Als de onderduikers stil moeten zijn, leest Otto Frank het liefst de boeken van Charles Dickens. Meestal met een woordenboek ernaast, om Engels te leren.

Tussen 8.30 en 9.00 uur komt hij aan lezen toe. Want dan beginnen de mannen in het magazijn aan hun werkdag, terwijl de helpers in het kantoor er nog niet zijn. Die mannen in het magazijn weten niet dat er in het Achterhuis onderduikers zitten. 

Elk geluid van boven kan argwaan wekken en daarom mogen de onderduikers de waterafvoer, die door het magazijn loopt, absoluut niet gebruiken. ‘Geen druppel water, geen wc, niet lopen, alles stil’, schrijft Anne in haar dagboek. [Anne Frank, ‘Wenn die Uhr halb neune schlägt’, 6 augustus 1943; in ‘Het Achterhuis’ geplaatst op 23 augustus 1943]

Als de helpers om 09.00 uur arriveren, halen de onderduikers opgelucht adem: tijd voor ontbijt. Otto moet zijn Dickens weer een tijdje wegleggen.

None %}
Een dag in het Achterhuis

Zo ziet een dag in het Achterhuis er uit

Wat is het dagritme voor de onderduikers in het Achterhuis, hoe gaan ze de verveling tegen en wat zijn de gevaren? Geen dag was hetzelfde, maar in haar dagboek doet Anne een poging om een gemiddelde dag in het Achterhuis te beschrijven. 

None %}
Religie

Anne en religie

Edith Frank is een gelovige vrouw. Anders dan Otto gaat zij voor de onderduik regelmatig naar de synagoge. In het Achterhuis beschikt zij over haar gebedenboeken.

Als Otto besluit om Anne uit boeken van klassieke Duitse schrijvers, zoals Goethe en Schiller, voor te gaan lezen, geeft Edith Anne haar gebedenboek, waarin gebeden in het Duits en Hebreeuws staan.

Dat valt niet in goede aarde. ‘Voor 't fatsoen heb ik wat gebeden in 't Duits gelezen, ik vind het wel mooi maar het zegt me niet veel. Waarom dwingt ze me ook om zo vroom-godsdienstig te doen?’

Na de oorlog bevestigt Otto dat beeld. ‘Ik herinner me dat Anne nooit bijzondere aandacht had betoond als wij joodse feestdagen vierden of meneer Pfeffer de vrijdagavondgebeden uitsprak. Ze stond er dan stilletjes bij. Ik geloof dat de religieuze vormen van het Jodendom weinig voor haar betekend hebben, maar de ethiek van de leer wel degelijk.’ [Citaat Otto Frank, 'Herinneringen aan Anne', 1968]

None %}
Hoop

Hoop in het Achterhuis na de invasie in Normandië

Op 6 juni 1944 krijgen de onderduikers fantastisch nieuws. Geallieerde troepen zijn geland op de Franse kust, in Normandië. Zou dit eindelijk het einde van de oorlog en de Duitse bezetting betekenen?

De onderduikers hopen op een snel einde. Margot zegt tegen Anne dat zij misschien al in oktober weer gewoon naar school kan. 

De onderduikers volgen het nieuws op de voet: via de BBC, Duitse berichten en Duitse - en Nederlandse kranten. Uit De Telegraaf van 8 juni knipt Otto Frank een kaartje van Normandië. Zo kan hij met spelden nauwkeurig de vorderingen van de geallieerden bijhouden.

None %}
Anne groeit

Anne groeit 13 centimeter in twee jaar

Als Otto, Edith, Margot en Anne het Achterhuis binnenstappen, hebben ze geen idee hoe lang ze daar moeten blijven. Naarmate de tijd vordert, merken Otto en Edith dat Anne hard groeit. Haar kleren passen niet meer en ze heeft geen fatsoenlijke schoenen om aan te trekken.

Met streepjes op de muur houdt Otto Annes groei nauwkeurig bij. In de ruim twee jaar dat zij ondergedoken zit, groeit Anne zo’n 13 centimeter. Margot is al zestien als ze het Achterhuis binnenstapt, zij groeit nog maar één centimeter.

Kamer van Hermann en Auguste van Pels

None %}
Beursspel

Het beursspel

Op 8 november 1942 viert Peter zijn eerste verjaardag in de schuilplaats, hij wordt 16 jaar oud. In haar dagboek noteert Anne nauwkeurig wat hij allemaal krijgt: een aansteker, een spiegel, een scheerapparaat, een scheerkwast, een das, wat snoep en van het kantoorpersoneel het beursspel.

In haar dagboek vermeldt Anne het beursspel daarna nog een keer, met Pasen 1944 wordt het spel twee middagen gespeeld.

Na de arrestatie van de onderduikers is het beursspel achtergebleven in de schuilplaats; het originele bord is bewaard gebleven. Essentie van het spel is de handel in aandelen, zoals rubber, olie, suiker en tabak.

Op het bord staat een kaart van het toenmalige Nederlands-Indië. Peter droomde ervan om daar na de oorlog op een plantage te gaan werken.

None %}
Slecht eten

Hoe langer de oorlog, hoe slechter het eten

In het begin van de onderduik is het eten nog redelijk goed, maar al gauw wordt het moeilijker om aan goed voedsel te komen. ‘Bah, ik word al misselijk bij het idee alleen, dat ik die rommel eten moet.’

None %}
Ruzies

Ruzies en verzoening

De acht onderduikers proberen het zo goed en kwaad als dat gaat vol te houden. De voortdurende angst voor ontdekking zorgt voor spanningen en ook de verschillen in karakter leiden tot irritaties.

In oktober ‘43 verzucht Anne ‘Ik duizel van de scheldwoorden die in de laatste maand door dit eerbare huis gevlogen zijn. (...) Eerlijk gezegd vergeet ik af en toe, met wie we ruzie hebben en met welke persoon de verzoening al heeft plaats gehad.’ [Anne Frank, 17 oktober 1943, B-Versie]

Toch valt er ook regelmatig wat te lachen aan tafel en vormen Joodse feestdagen en verjaardagen een bron van gezelligheid. De helpers worden daarbij ingeschakeld om voor cadeautjes te zorgen.   

Kamer Peter van Pels

None %}
Overall

Peters kleren: door de week een overall, zondag een mooi pak.

In een van haar korte verhaaltjes gaat Anne uitgebreid in op Peter, op zijn kamertje en op zijn kleren. Als het om zijn kleren gaat, is er een groot verschil tussen weekdagen en de zondag.

Door de week draagt Peter het liefst een blauwe overall met een dikke bruine riem en daarbij witte sokken. Die overall is handig, omdat hij veel knutselt en timmert.

Peter is er volgens Anne erg zuinig op, want hij wil beslist niet dat die overall te vaak gewassen wordt. Tijdens de oorlog is het door de schaarste moeilijk om aan een nieuwe overall te komen.

Vermoedelijk om een schijn van normaliteit op te houden trekt Peter op zondag zijn beste kleren aan. ‘Een mooi pak, mooie schoenen, overhemd, das, enfin ik hoef het overige niet op te noemen, want ieder zal behoorlijke kleren wel kennen.’ [Anne Frank, ‘Mijn eerste interview’, 22 februari 1944.]

None %}
Peters fiets

Het geld raakt op: zelfs Peters fiets gaat in de verkoop

Het is een vreemd gezicht: aan de muur van Peters kamertje hangt zijn fiets, keurig ingepakt in bruin pakpapier, wachtend op betere tijden.

Naarmate de familie Van Pels langer in het Achterhuis zit, raakt hun geld op en proberen ze spullen te verkopen. Een pak van Hermann van Pels, kleren van Auguste van Pels en ook Peters fiets.

Een van de helpers doet een poging om ‘m te verkopen, maar niemand wil de fiets hebben. Peter zal er nooit meer op rijden.

None %}
Eerste zoen

Annes eerste zoen

Als Peter van Pels en zijn ouders in het Achterhuis onderduiken, ziet Anne hem eerst niet zo zitten. Toch ontstaat er tussen hen langzaam maar zeker een vriendschap en zelfs verliefdheid. Op de zolder van het Achterhuis geven ze elkaar hun eerste zoen.

Zolder van het Achterhuis

None %}
Wegdromen

Wegdromen bij het zolderraam: ‘Zolang dit bestaat, kan ik niet treurig zijn’

Om te voorkomen dat ze worden ontdekt, blijven de onderduikers uit de buurt van ramen die niet zijn afgedekt. Het zolderraam is een uitzondering, daar kan Anne naar buiten kijken.

None %}
De zolder

De zolder: ratten, katten en een plek om alleen te zijn


‘Ik ga haast elke ochtend naar de zolder om de bedompte kamerlucht uit m'n longen te laten waaien’, schrijft Anne op 23 februari 1944. De zolder is de enige plek waar ze echt even alleen kan zijn of waar ze ongestoord met Peter kan praten.

Verder gebruiken de onderduikers de ruimte vooral als opslag. Er staat een voorraadkast, een ton met aardappels, er liggen zakken met bonen en de was hangt er te drogen.

Als slaapplek kunnen de onderduikers de zolder niet gebruiken. De ruimte is niet geïsoleerd en er scharrelen soms ratten rond op de vliering. Gelukkig houden de katten, zoals Peters kat Mouschi, het probleem enigszins onder controle.

Overloop met boekenkast

De draaibare boekenkast op de overloop verbergt de geheime toegang tot het Achterhuis. Helper Johan Voskuijl timmert de kast.

Entree

Vanuit dit portaaltje ga je links naar de kamer van de familie Frank, rechts naar de badkamer en als je de trap opgaat, kom je in de kamer van het echtpaar Van Pels.

Kamer van Otto, Edith en Margot Frank

Overdag is deze ruimte de woonkamer van de familie Frank, ‘s avonds bouwen de onderduikers het om tot slaapkamer van Otto, Edith en Margot.

Kamer van Anne Frank en Fritz Pfeffer

Anne, een puber met een scherpe tong, deelt een kamer met Fritz Pfeffer, een man zo oud als haar vader. Dat leidt tot spanningen.

Badkamer

De badkamer heeft één wastafel en wc, die de acht onderduikers moeten delen. Anne is ‘s avonds van 21.00 tot 21.30 uur aan de beurt.

Kamer van Hermann en Auguste van Pels

Hier koken en eten de onderduikers samen en luisteren zij naar de radio. ‘s Avonds verandert deze ruimte in de slaapkamer van het echtpaar Van Pels.

Kamer van Peter van Pels

Anne vindt Peter eerst stom en saai, maar later worden ze verliefd. Anne krijgt haar eerste zoen in deze kamer. De trap leidt naar de zolder van het Achterhuis.

Zolder

Op de zolder bewaren de onderduikers voedsel en hangt de was te drogen. Anne komt hier graag om alleen te zijn of om te praten met Peter.