Het Voorhuis
None

Het privé-kantoor van Otto

Anne noemt het privé-kantoor van Otto ‘Het pronkstuk van het gebouw’. Het ligt recht onder het Achterhuis. Als de kust veilig is, luisteren de onderduikers hier naar de radio. Soms voeren helpers Johannes Kleiman en Victor Kugler er besprekingen. Dan moeten de onderduikers doodstil zijn.

Stiekem radio luisteren in Otto’s kantoor: Anne vindt het doodeng

De onderduikers volgen het nieuws via een grote radio die in het privé-kantoor staat. Als de onderduikers daar op een avond voor het eerst naar toe gaan, vindt Anne dat doodeng. ‘Ik was zo ontzettend bang dat iemand dat zou kunnen horen, dat ik vader letterlijk smeekte om mee naar boven te gaan; moeder begreep m’n angst en ging mee.’

Later raakt Anne die angst kwijt en luistert ze er naar muziek. In de zomer van 1943 eist de bezetter dat Nederlanders hun radio inleveren, zodat ze niet meer naar anti-Duitse zenders, zoals de BBC of Radio Oranje kunnen luisteren. De helpers besluiten de grote radio in te leveren om moeilijkheden te vermijden. Wel staat er vanaf dat moment een kleine radio op de kamer van de familie Van Pels, zodat de onderduikers het nieuws toch nog op de voet kunnen blijven volgen.

“Ik sliep een goed half uur, werd toen verschrikt wakker en was alles van de belangrijke bespreking vergeten. Gelukkig had Margot beter opgelet.”

Met het oor op de vloer gesprekken afluisteren bij Opekta

Vanaf december 1940 - als Opekta naar dit pand verhuist - tot het moment dat Joden van de nazi’s geen eigen bedrijf meer mogen hebben, is dit de werkplek van Otto Frank. Tijdens de onderduik vinden hier zakelijke besprekingen plaats. Het is zo gehorig, dat de onderduikers - het Achterhuis is een verdieping hoger - gesprekken woord voor woord kunnen volgen.

Op verzoek van Otto volgen Margot en Anne zo’n bespreking vanuit de schuilplaats. Ze moeten wel met hun oor op de vloer gaan liggen. Anne vindt het saai en valt in slaap.