Verdieping
None

Holocaust-dagboeken van Anne Frank en andere jonge schrijvers

Niet alleen Anne Frank hield een dagboek bij tijdens de Holocaust. Veel andere jonge Joodse mensen schreven eveneens hun over hun leven en gevoelens in deze moeilijke tijd. Lees hier welke verschillen en overeenkomsten er met het dagboek van Anne zijn.

“Nou ja, al dit gekrabbel slaat nergens op. De wereld zal alles te weten komen, zelfs zonder mijn wijze woorden.”

Alexandra Zapruder

Drie dagen voordat Anne Frank op 12 juni 1942 in Amsterdam met haar dagboek begon, vertrouwde een andere schrijver in het getto van Stanisławów in Polen, 1.200 kilometer verderop, de een na laatste aantekening aan het hare toe. De 22-jarige Elsa Binder schreef: ‘Nou ja, al dit gekrabbel slaat nergens op. De wereld zal alles te weten komen, zelfs zonder mijn wijze woorden.’

Het was een huiveringwekkend profetische notitie. In de tientallen jaren die volgden, leerde de wereld de verschrikkingen van de Holocaust inderdaad kennen, zij het niet door haar ‘gekrabbel’, dat ergens onvertaald in een Pools archief wegkwijnde. Door een speling van het lot waren het uiteindelijk Anne Franks ‘ontboezemingen’, zoals Anne ze zelf noemde, die voor miljoenen lezers het lijden van de Joden tijdens de Holocaust vertolkten.

Joodse dagboekschrijvers door heel Europa

Inmiddels zijn er meer dan 75 dagboeken van jonge schrijvers opgedoken uit de puinhopen van de Holocaust. Waarschijnlijk liggen er nog eens tientallen onvertaald in archieven over de hele wereld. Wie zijn deze schrijvers? Het gaat om jongens en meisjes; hun dagboeken beginnen in het midden van de jaren dertig en omvatten de hele periode van de Holocaust, soms zelfs tot na de bevrijding.

Ze schreven als vluchteling, tijdens de onderduik of op doorreis, of vanuit de Joodse getto’s in Oost-Europa. Ze kwamen uit welgestelde families of waren het kind van arme boeren en arbeiders. Ze waren gematigd Joods, strikt orthodox of iets ertussenin, zoals verschillende kinderen uit gemengde huwelijken en minstens één bekeerling tot het katholicisme.

Zij schreven in Duitsland, Oostenrijk, Nederland, Frankrijk, het Protectoraat Bohemen en Moravië, Polen, Litouwen, Letland, Rusland, Roemenië en Hongarije. Hun geschriften weerspiegelen Europa’s taalkundige Toren van Babel inclusief het Jiddisch, de moedertaal van de Oost-Europese Joden, dat door de vernietiging van deze bevolkingsgroep bijna geheel is verdwenen.

Iedereen een eigen stem

Het is vooral die unieke en onnavolgbare stem van elke schrijver die bewaard is gebleven, vastgelegd op de pagina’s van een dagboek. Iedere stem een weerspiegeling van al die zaken die ons maken tot wie we zijn: onze naam, familie en vrienden, onze geschiedenis en herinneringen, interesses, talenten en voorkeuren, geloof en vragen, dromen en teleurstellingen. Bij het aanzicht van zoveel verbijsterend lijden en verlies klinken ze serieus of boos, cynisch of naïef, hoopvol of wanhopig, opstandig of gelaten.

In hun pogingen om een spoor van hun leven na te laten, rapporteren sommigen de gebeurtenissen als droge feiten, terwijl anderen hun aantekeningen tot literatuur weten te verheffen. Sommigen schelden als boze profeten, anderen stellen de vragen van wijze theologen. En sommigen schrijven simpelweg en rapporteren over de dagelijkse gebeurtenissen zoals ze zich voordeden.

Weer anderen schetsen een beeld van de catastrofe die zich om hen heen voltrok, waarbij ze hun literaire talent gebruikten om zowel de kleinste details als de ongekende, afschuwelijke omvang ervan op te tekenen.

Is Annes verhaal te beperkt?

Er is veel geschreven over Anne Frank en over de vraag of haar verhaal de beste getuigenis van de Holocaust is voor het grote publiek. De één vindt haar verhaal te eenzijdig. Doordat haar dagboek alleen over de onderduik gaat, vinden we er slechts zijdelings iets in terug van de gruwelijke verschrikkingen daarbuiten.

Een ander stelt dat ze een te vertrouwd en eenzijdig beeld vertegenwoordigt: werelds, aangepast, uit de welgestelde middenklasse en westers. Later meenden velen dat haar jeugdige optimisme de ware betekenis van dit keerpunt in de geschiedenis tekortdeed.

Het kan zijn dat deze bezwaren een kern van waarheid bevatten, maar uiteindelijk doen ze er niet toe. Het probleem is niet de vraag of Anne Frank wel de juiste persoon is om de slachtoffers van de Holocaust te vertegenwoordigen, maar het gegeven dat niemand daar ooit toe in staat zal zijn.

Anne Frank vergeleken met andere dagboekschrijvers

Uiteindelijk zijn het Annes woorden die we het beste kennen. Haar dagboek definieert het genre waar het hier om gaat. Daarom is het goed om de meest in het oog springende elementen uit haar dagboek te nemen en deze naast de teksten van haar medeschrijvers te leggen, om zo de echo’s, de diepgang, de tegenstellingen en de complexiteit bloot te leggen.

Volwassen worden en zoeken naar identiteit

Laten we beginnen met het thema ‘volwassen worden’. Veel lezers beschouwen de aantekeningen van Anne meer als het ‘dagboek van een jonge vrouw’ dan als een ‘dagboek over de Holocaust’: Annes pogingen om haar intiemste gedachten te verwoorden, schetsen een voor die tijd uniek beeld van hoe ingewikkeld de puberteit kan zijn.

Weinig andere schrijvers gebruikten hun dagboek om zo consciëntieus vragen over identiteit en persoonlijke ontwikkeling te onderzoeken. Daar staat tegenover dat er niet veel schrijvers waren die zo lang samen met hun familie op één plek ondergedoken zaten, een plek waar weinig anders te doen was dan op elkaars lip zitten en je afvragen hoe deze constante nabijheid van invloed was op de groeipijnen van de puberteit.

Toch is het zoeken naar identiteit – het proces waarin je jezelf definieert ten opzichte van familie, geloof, nationaliteit, geschiedenis – een steeds terugkerend onderwerp in bijna alle dagboeken van jonge schrijvers uit deze periode.

Sporen ervan vinden we terug in het dagboek van Moshe Flinker, een orthodox-joodse jongen die zich in België voordeed als niet-joods en worstelde met zijn joodse identiteit en geloof; bij Klaus Langer, een gematigde Jood die opgroeide in het Duitsland van de jaren dertig en wiens interesse in Palestina en de Joodse jeugdbeweging in schril contrast stond met de meer traditionele Duitse normen en waarden van zijn vader; in het dagboek van Dawid Sierakowiak, de jongen die zijn vader afwees vanwege diens zwakke karakter tijdens een periode van extreme ontbering; en bij Yitskhok Rudashevski, die schreef over zijn innerlijke strijd om zijn hart te volgen en te gaan studeren óf een vak te gaan leren om zo de oorlogsjaren beter te kunnen overleven.

De worstelingen van de adolescentie zijn in meerdere of mindere mate bij elke schrijver terug te vinden, maar de complexiteit ervan wordt versterkt doordat één enkel aspect van hun identiteit – het Joods-zijn – ineens niet zozeer bepalend als wel dodelijk kon zijn.

Het leven van een onderduiker

Een ander belangrijk aspect van Annes dagboek zijn haar beschrijvingen van de dagelijkse ontberingen, uitdagingen en tekorten, maar ook het kleine geluk in haar leven tijdens de onderduik. Ook Otto Wolf hield een dagboek bij tijdens zijn onderduik in het Protectoraat Bohemen en Moravië. Samen met zijn zus en zijn ouders hield hij zich schuil in een bos, vaak in de openlucht of in een tijdelijk onderkomen, later bij plaatselijke niet-Joodse buren.

Er zijn grote overeenkomsten: de angst voor ontdekking, de voorzorgsmaatregelen om maar geen sporen achter te laten of geluid te maken, de verveling, de logistieke problemen en zelfs, zo af en toe, de momenten van ontspanning. Maar in tegenstelling tot de helpers van de familie Frank, onfeilbaar in hun vriendschap en hulp, bestond het losse netwerk dat de familie Wolf hielp uit mensen wier motivatie en gedrag sterk uiteenliepen. Sommigen waren vriendelijk, gul en geduldig, anderen onvoorspelbaar, ongevoelig en opportunistisch. 

De aantekeningen van Otto en Anne vullen elkaar aan. Ze bevestigen elkaars beeld van de dagelijkse beslommeringen van de onderduik, maar voegen ook nuances en gelaagdheid toe waarmee we onze kennis over het gebeurde kunnen vergroten. En wanneer dit al het geval is bij dagboeken die in vergelijkbare situaties zijn geschreven, zal het effect nog veel groter zijn als we bij deze vergelijking ook het werk van schrijvers betrekken die onder geheel andere omstandigheden hun dagelijks leven beschreven.

Dagboekschrijvers over liefde

Er zijn meer onderwerpen in Annes dagboek die we terugvinden in het werk van haar leeftijdgenoten. Zoals Anne vertelt over haar tedere en ontluikende liefde voor Peter, bekent de negentienjarige Ilya Gerber in het getto van Kaunas zijn hartstochtelijke gevoelens voor klasgenote Heni.

Hij bericht over zijn verliefdheid, de steelse ontmoetingen en, uiteindelijk, het abrupte einde. En net zoals Anne uitgebreid schrijft over haar relatie met haar ouders en haar zus, vertrouwen schrijvers als Elsa Binder, Dawid Rubinowitz in het Poolse Kielce en een anonieme schrijfster in het getto van Lodz de spanningen met hun broers en zussen en de frustratie over hun ouders aan hun dagboek toe.

En terwijl Anne nadenkt over haar ambities als auteur, droomt over roem en haar verveling probeert te verdrijven met schrijven, lezen en studeren, beschrijven Petr Ginz in Terezin, Yitskhok Rudashevski in het getto van Vilnius en een naamloze jongen in Lodz soortgelijke fantasieën. Ook voor hen is schrijven, kunst en studeren van essentieel belang om de impasse van hun plotseling tot stilstand gekomen levens te overleven.

“Ik geloof nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mens.”

Hoop in hopeloze tijden

En hoe zit het met hoop? Dankzij haar eigengereide en levendige geest én haar beroemde woorden ‘ik [geloof] nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mens’ zijn Anne Frank en haar dagboek al sinds de eerste uitgave bijna synoniem voor een bepaalde vorm van hoop: het geloof en vertrouwen in de mens en de toekomst.

Haar woorden zijn niet alleen voor miljoenen mensen een troost, maar fungeren ook als moreel kompas: wanneer je stopt met hopen, faal je als mens. Of, anders gezegd: het is alsof haar goedheid ons vrijspreekt van het menselijk falen dat de Holocaust heet. Deze beroemde zin, wereldkundig gemaakt door Meyer Levin, die het citaat in 1952 gebruikte in zijn recensie van het dagboek in de New York Times Book Review, werd uit de context van de originele tekst gehaald en groeide door de jaren heen uit tot een citaat dat meer bij de lezers past dan bij het genuanceerde gedachtegoed van Anne. De originele passage uit het dagboek, geschreven op 15 juli 1944, luidt:

Dat is het moeilijke in deze tijd; idealen, dromen, mooie verwachtingen komen nog niet op of ze worden door de gruwelijkste werkelijkheid getroffen en zo totaal verwoest. Het is een groot wonder dat ik niet al m’n verwachtingen op heb gegeven, want ze lijken absurd en onuitvoerbaar. Toch houd ik ze vast, ondanks alles omdat ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mensen geloof.

Het is me ten ene male onmogelijk alles op te bouwen op de basis van dood, ellende en verwarring, ik zie hoe de wereld langzaam steeds meer in een woestijn herschapen wordt, ik hoor de aanrollende donder steeds harder die ook ons zal doden, ik voel het leed van miljoenen mensen mee en toch als ik naar de hemel kijk, denk ik dat dit alles zich weer ten goede zal wenden, dat ook deze hardheid op zal houden, dat er weer rust en vrede in de wereldorde zal komen.

Hoop behoort, samen met zijn onafscheidelijke metgezel wanhoop, tot de meest voorkomende thema’s in de dagboeken uit deze periode. Ook over dit onderwerp laat het dagboekmateriaal dat we nu voorhanden hebben een veelheid aan nuances zien. Sommige schrijvers getuigen van een vastberaden hoop in de aanblik van wanhoop. Anderen uiten hun angst, smeekbedes aan God, berusting, woede of filosofische acceptatie.

Als er al een boodschap is die voortvloeit uit het vergelijken van de standpunten van deze schrijvers, dan is dat wellicht de bewustwording van de enorme verscheidenheid van hun denkbeelden. Dit zou ons ervan moeten weerhouden ons al te gemakkelijk een eigen mening te vormen. De antwoorden op deze moeilijke vragen moeten ergens in dit rijke materiaal te vinden zijn.

Overwinning van het goede

Er is echter één schrijver van wie de woorden (tweeënhalf jaar eerder geschreven) een voorbode waren van die van Anne. Dat is Elsa Binder. Als we hun teksten naast elkaar leggen, worden de nuances van beide zichtbaar. Het is door toeval dat Elsa’s ‘gekrabbel’ tientallen jaren onbekend bleef, terwijl de ‘ontboezemingen’ van Anne door miljoenen werden gelezen. Elsa schreef:

[Vrijdag 30 januari 1942]

Als de angst ’s avonds uit alle hoeken tevoorschijn kruipt, als de winterstorm die buiten woedt je vertelt dat het winter is, en dat het leven moeilijk is in de winter, als mijn ziel trilt bij de aanblik van verre fantasieën, dan huiver ik en spreek ik één woord uit met ieder hartenklop, iedere polsslag, ieder stukje van mijn ziel: bevrijding. Op zulke momenten doet het er nauwelijks toe waar ze vandaan komt en wie haar brengt, als het maar sneller is en vlugger komt. Twijfels groeien in mijn ziel. Stil! Gezegend hij die goed nieuws brengt, ongeacht waarvandaan, ongeacht… waarheen. Tijd, ga voort. De tijd, die de bevrijding meedraagt in zijn onbekende morgen; misschien niet voor Cip, die graag in een interessante tijd leefde, misschien niet voor mij, maar voor mensen zoals ik. Het resultaat staat vast. Weg met alle twijfels. Aan alles komt een einde. Het voorjaar zal komen.

Beide meisjes – de één een tienermeisje ondergedoken in Amsterdam, de ander een 22-jarige jonge vrouw uit een getto in Polen – deelden het geloof dat de wereld uiteindelijk zijn waanzin zou overwinnen en zichzelf zou corrigeren, zelfs al zouden zij het zelf niet meer meemaken. Dit is een ander soort hoop. Het is een hoop die het specifieke moment en de schrijver zelf overstijgt en die getuigt van een geloof in de intrinsieke kracht van de goedheid en het recht om uiteindelijk te zegevieren, zelfs als de persoon die deze hoop heeft geuit het slachtoffer wordt in deze strijd.

Als Annes woorden uit hun context zijn gehaald om ons zo een gemakkelijk antwoord voor te schotelen op de moeilijke vragen die wij onszelf in een post-Holocaustwereld moeten stellen, dan zal het volledige citaat naast de soortgelijke woorden van Elsa ons er hopelijk aan herinneren dat er geen eenvoudige antwoorden zijn. En dat het aan ons is om hun geloof in het goede te bewijzen.

Een poging tot begrijpen

Door het lezen van Annes dagboek beginnen we haar unieke stem, haar beleving en potentieel te begrijpen. Wanneer we steeds meer schrijversstemmen aan die van haar toevoegen, ontstaat er een heel koor van bespiegelingen en observaties. Samen vormen ze een belangrijk historisch document, dat onze kennis over deze periode verdiept en uitdaagt. Hiermee kunnen we een voorzichtige poging doen om het grotere geheel te begrijpen: het tot zwijgen brengen van al deze stemmen en de permanente en onomkeerbare schade die dit bij ons allen heeft veroorzaakt.

Over de auteur

Alexandra Zapruder is de auteur van twee boeken: Salvaged Pages, Young Writers’ Diaries of the Holocaust (Yale University Press, 2002) winnaar van de National Jewish Book Award in de categorie Holocaust, en Twenty-Six Seconds: A Personal History of the Zapruder Film (Twelve Books, 2016).

Literature

  • Adelson, Alan & Turowski, Kamil, The Diary of Dawid Sierakowiak: Five Notebooks From the Łódź Ghetto (Oxford: Oxford University Press, 1996).
  • Zapruder, Alexandra, Salvaged Pages: Young Writers’ Ddiaries of the Holocaust (New Haven, CT & London: Yale University Press, 2002). Nederlandse vertaling: Geborgen bladzijden: oorlogsdagboeken van jonge schrijvers (Amsterdam: E. Querido's UItgeverij, 2017).