Verdieping
None

Waarom haatte Hitler de Joden?

Antisemitisme speelde een grote rol in het denken van Adolf Hitler en de nazi-ideologie. Lees hier hoe Hitlers Jodenhaat ontstond en welke rol zijn levensloop hierbij speelde.

Antisemitisme: een eeuwenoud verschijnsel

Jodenhaat is geen uitvinding van Hitler. Al sinds de middeleeuwen waren Joden in Europa slachtoffer van discriminatie en vervolging. Vaak gebeurde dit om religieuze redenen. Christenen zagen het joodse geloof als een afwijking die bestreden moest worden. Joden werden soms gedwongen zich te bekeren of mochten bepaalde beroepen niet uitoefenen. 

In de negentiende eeuw speelde religie een minder grote rol. Daarvoor in de plaats kwam denken over verschillen tussen rassen en volkeren. Het idee ontstond dat Joden tot een ander volk behoorden dan bijvoorbeeld de Duitsers. Zelfs als Joden bekeerd waren tot het christelijke geloof, bleven ze ‘anders’ vanwege hun bloedlijn.

Hitler ontdekt het antisemitisme

Waar de oorsprong van Hitlers Jodenhaat ligt, is niet duidelijk. Hijzelf beschrijft zijn wording tot antisemiet in Mein Kampf als het gevolg van een lange persoonlijke worsteling. In de periode dat hij in Wenen woont en werkt als schilder (1908-1913), zou zijn afkeer van alles wat Joods was tot bloei gekomen zijn. De meeste historici denken dat Hitler deze verklaring achteraf heeft bedacht. Hij zou zo mensen die nog niet in zijn ideeën geloven willen verzekeren dat zij ook nog wel zover komen.

Het staat vast dat Hitler al vroeg met antisemitische ideeën in aanraking komt. In hoeverre hij deze deelt is niet zeker. Als hij in zijn Weense periode al vooroordelen tegen Joden heeft, dan zijn deze nog niet omgezet in een vastomlijnd wereldbeeld. Zo is een van de trouwste afnemers van zijn schilderwerk in Wenen een Jood, Samuel Morgenstern.

Fantasierijke verklaringen

Over het waarom van Hitlers antisemitisme bestaan ook talloze fantasierijke verklaringen. Zo zou Hitler zich schamen voor zijn deels Joodse afkomst. Een andere verklaring koppelt zijn Jodenhaat aan een trauma, veroorzaakt door een gifgasaanval in de Eerste Wereldoorlog. Ook zijn er theorieën die suggereren dat Hitler een geslachtsziekte had opgelopen bij een Joodse prostituee. Voor al deze verklaringen geldt dat er geen feiten zijn die ze onderbouwen.

Duits nationalisme en antisemitisme 

Wat we wel weten is dat twee Oostenrijkse politici van grote invloed waren op het denken van Hitler. De eerste, Georg Ritter von Schönerer (1842-1921), was een Duits-nationalist. Hij vond dat de Duitstalige gebieden van Oostenrijk-Hongarije bij het Duitse keizerrijk gevoegd moesten worden. Ook konden Joden volgens hem geen volwaardige Duitse burgers zijn. 

Van de tweede, de Weense burgemeester Karl Lueger (1844-1910), leerde Hitler hoe antisemitisme en sociale hervormingen succes konden brengen. In Mein Kampf roemt Hitler Lueger als ‘de grootste Duitse burgemeester aller tijden’. Als Hitler in 1933 aan de macht komt, zal hij soortgelijke ideeën in praktijk brengen.

Hitler in de Eerste Wereldoorlog 

Een beslissend moment in Hitlers leven is de Eerste Wereldoorlog. Deze geeft zijn tot dan weinig succesvolle leven een doel. Hij meldt zich in 1914 vrijwillig bij het Duitse leger, dat samen met de Oostenrijkse monarchie vecht tegen Frankrijk, Engeland en Rusland. Hoewel hij weinig aan het front is krijgt hij wel een onderscheiding voor getoonde moed. 

Als Duitsland zich in november 1918 overgeeft, ligt Hitler in een militair ziekenhuis. Hij is bij een gifgasaanval in België gewond geraakt aan zijn ogen. Aan bed gekluisterd hoort hij het nieuws van de overgave, dat hem in een diepe crisis stort. Hij schrijft: ‘Het werd weer zwart voor mijn ogen’. Wankelend naar zijn bed drukt hij zijn ‘brandend hoofd in deken en kussen’.

Joden als zondebok voor de verloren oorlog

De nederlaag van Duitsland is voor veel Duitsers en ook voor Hitler moeilijk te accepteren. In nationalistische en rechts-conservatieve kringen gaat de ‘dolkstootlegende’ rond. Volgens deze verzonnen mythe heeft Duitsland de oorlog niet op het slagveld verloren, maar stortte het thuisfront in door verraad. De Joden, sociaaldemocraten en communisten zouden hier schuldig aan zijn.

De vooroordelen over de rol van de Joden in de oorlog waren onjuist. Een door de Duitse regering ingesteld onderzoek bewees dit. Meer dan honderdduizend Duitse en Oostenrijkse Joden hadden gevochten voor hun vaderland. Eén van hen was Otto Frank, die in 1916 de Slag om de Somme meemaakte.

Hitler gaat de politiek in

Na de Eerste Wereldoorlog heerst er chaos in Duitsland. Nu de Duitse keizer weg is, breken opstanden uit. Linkse groeperingen proberen op veel plaatsen de macht te grijpen. Zo ook in München waar tijdens een kortstondige revolutie de ‘Volksrepubliek’ Beieren wordt uitgeroepen. Dit lokt een rechtse tegenreactie uit, die leidt tot bloedvergieten. Op Hitler maken deze gebeurtenissen grote indruk.

Hij is op dit moment nog steeds in dienst van het leger. Daar ontdekt hij zijn spreektalent. Al snel zet het leger hem in om cursussen te geven. Deze zijn bedoeld om soldaten te waarschuwen voor het communistische gevaar en gevoelens van nationalisme aan te wakkeren. In deze functie leert Hitler de Duitse Arbeiderspartij kennen, waaruit later de NSDAP ontstaat. Dit is het begin van zijn politieke loopbaan.

Radicalisering van Hitlers antisemitisme

Tegen de achtergrond van revolutie en geweld neemt Hitlers antisemitisme steeds radicalere vormen aan. Opvallend is dat hij geen voorstander van ongecontroleerde ‘emotionele’ pogroms (uitbarstingen van anti-Joods geweld) zegt te zijn. Hij bepleit in plaats daarvan een ‘antisemitisme van het verstand’. Dit moet wettelijke vormen aannemen en zal uiteindelijk leiden tot de ‘verwijdering’ van de Joden. 

Al in augustus 1920 vergelijkt Hitler de joden met ziektekiemen. Hij verklaart dat je een ziekte niet kunt bestrijden zonder de veroorzaker te vernietigen. De invloed van de Joden zal volgens hem nooit verdwijnen zonder de veroorzaker, de Jood, uit ons midden te verwijderen. Radicale denkbeelden maken de weg vrij voor de massamoord op de Joden in de jaren veertig.

Kapitalisme en communisme: een Joodse samenzwering?

Hitler geeft de Joden de schuld van alles wat er mis is in de wereld. Duitsland is zwak en in verval door de ‘Joodse invloed’. De Joden zijn volgens Hitler uit op wereldheerschappij. Daarvoor zouden ze alle mogelijke middelen gebruiken, waaronder het kapitalisme. Hitler gebruikt hier het bestaande vooroordeel dat Joden met financiële macht en geldelijk gewin in verband brengt.

Hitler laat zich niet hinderen door tegenstrijdigheden in zijn denken. Ook het communisme is volgens hem een Joodse samenzwering. Een overgroot deel van de communistische leiders is namelijk Joods. Niettemin is maar een klein deel van Joden communist. In de oorlog met de Sovjet-Unie vanaf 1941 zal het idee van dit ‘Joodse communisme’ verschrikkelijke gevolgen hebben. De bevolking en krijgsgevangenen worden beestachtig behandeld door de Duitsers.

Hitlers racisme: niet alleen de Joden

Hitler ziet de wereld als een plaats van permanente strijd tussen volkeren. Er zijn volgens hem hoge en lage rassen. De Duitsers behoren tot de hoge volkeren en de Joden tot de lage. Ook over andere volkeren heeft hij ideeën. Zo ziet hij Slavische mensen als minderwaardig, voorbestemd om overheerst te worden.

Hitler denkt ook dat het Duitse volk alleen sterk kan zijn als het ‘zuiver’ is. Dit zorgt ervoor dat hij mensen met erfelijke ziektes als schadelijk ziet. Hieronder vallen mensen met een lichamelijke of geestelijke handicap, maar ook alcoholisten en ‘onverbeterlijke’ misdadigers. Als de nazi’s eenmaal aan de macht zijn, leidt dit tot het gedwongen steriliseren en doden van mensen.

Holocaust

De ideeën die Hitler in de jaren twintig ontwikkelt blijven tot aan zijn dood in 1945 min of meer gelijk. Wat wel verandert is dat hij in 1933 de macht krijgt om ze uit te voeren. Gedurende de jaren dertig doet hij er alles aan om de Joden in Duitsland uit de Duitse samenleving te verdrijven. Met het uitbreken van de oorlog gaan de nazi’s over tot massamoord. Bijna zes miljoen Joden worden tijdens de Holocaust vermoord.

Literatuur

  • Brechtken, Magnus, Die nationalsozialistische Herrschaft 1933-1939 (Darmstadt: Wissenschaftliche Buchgesellschaft, 2004).
  • Burleigh, Michael, The Third Reich: A New History (Londen: Macmillan, 2000).
  • Evans, Richard J,. The Coming of the Third Reich (New York: The Penguin Press, 2004).
  • Hamann, Brigitte, Hitlers Wien: Lehrjahre eines Diktators (München: Piper, 1996).
  • Hamann, Brigitte, Hitler’s Vienna: A Portrait of the Tyrant as a Young Man (New York, NY and Oxford: Oxford University Press,  1999).
  • Kershaw, Ian, Hitler: Profiles in Power (Londen 1991).
  • Kershaw, Ian, Hitler, 1889-1945 (London : Allen Lane, 1998-2000).
  • Longerich Peter, Hitler: Biographie (München: Siedler, 2015).
  • Melching, Willem, Hitler: opkomst en ondergang van een Duits politicus (Amsterdam: Bakker, 2013).
  • Ullrich, Volker, Adolf Hitler. Deel I: De jaren van opkomst, 1889-1939 (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2014).
Noten
  1. Brigitte Hamann, Hitler’s Vienna: A Portrait of the Tyrant as a Young Man (New York, NY and Oxford: Oxford University Press, 1999), p. 356-359.
  2. "Heute sehe ich in dem Manne mehr noch als früher den gewaltigsten deutsche Bürgermeister aller Zeiten". Uit: Adolf Hitler, Mein Kampf (München: Franz Eher Verlag, 1943), p. 59.
  3. "... und grub den brennenden Kopf in Decke und Kissen". Uit: Adolf Hitler, Mein Kampf, p. 223.
  4. Die "Judenzählung" von 1916. Deutsches Historisches Museum, Berlin. https://www.dhm.de/lemo/kapitel/erster-weltkrieg/innenpolitik/judenzaehlung-1916.html [13 november 2018].
  5. "Antisemitismus de Vernunft". In: Adolf Hitler, Gutachten über den Antisemitismus (1919) erstellt im Auftrag seiner militärischen Vorgesetzten’. Opgenomen in: Maser, Werner, Hitlers Briefe und Notizen (Düsseldorf 1973).