Verdieping
None

Duitsland 1933: van democratie naar dictatuur

In 1933 komt Hitler aan de macht en verandert hij Duitsland in een dictatuur. Hoe kwam de nazipartij aan de macht en op welke manier wist Hitler zijn tegenstanders uit te schakelen?

De zwakte van de Weimar-republiek na WOI

Duitsland is sinds 1919 een republiek. Na de verloren Eerste Wereldoorlog is keizer Wilhelm II afgetreden. Veel Duitsers zijn ontevreden met de nieuwe situatie. Ze verlangen terug naar het keizerrijk. Ook menen veel mensen dat de regerende sociaaldemocraten schuldig zijn aan het verlies van de oorlog. Toch gaat het vanaf het midden van de jaren twintig steeds beter met Duitsland.

Dit eindigt in 1930. Door een wereldwijde economische crisis lukt het Duitsland niet de oorlogsschulden te betalen, die zijn vastgelegd in de vredesovereenkomst van Versailles. Miljoenen Duitsers raken werkloos. Ook politiek is er een crisis. Kabinetten vallen en er zijn voortdurend nieuwe verkiezingen. Het blijkt onmogelijk een meerderheidsregering te vormen.

Opkomst van de NSDAP

Tegen deze achtergrond komt de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) op. Bij haar oprichting in 1920 is het een kleine partij. Hitler weet met zijn spreektalent steeds meer leden aan te trekken. De partij kenmerkt zich door een extreem nationalisme en antisemitisme. 

In november 1923 probeert Hitler door middel van een staatsgreep de macht te grijpen. Dit draait uit op een grote mislukking. Hitler belandt achter de tralies en de rechter verbiedt de NSDAP. Eind 1924 komt Hitler na een relatief lichte straf vrij. Zijn politieke carrière is nog niet voorbij. In de gevangenis heeft hij Mein Kampf geschreven, waarin hij zijn plannen voor Duitsland beschrijft. 

De nazi’s zullen voortaan de legale weg bewandelen en proberen via verkiezingen de macht te veroveren. Ze profiteren hierbij van de economische crisis die eind jaren twintig begint. Deze gebruiken de nazi’s om felle kritiek te uiten op de regering en het vredesakkoord van Versailles. Deze strategie werkt. Bij de verkiezingen van 1928 kreeg de NSDAP 0,8 miljoen stemmen, in 1930 is dit aantal gegroeid tot 6,4 miljoen.

Aantrekkingskracht van de nazi’s 

Dat veel Duitsers zich aangetrokken voelen tot de NSDAP komt niet alleen door hun partijprogramma. De partij straalt kracht en dynamiek uit. Bovendien zijn de nazileiders jong, in tegenstelling tot de grijze politici van de gevestigde partijen. Daarnaast spreekt Hitlers imago van sterke leider tot de verbeelding. Hij zal het volk verenigen en een einde maken aan de politieke verdeeldheid. 

De nazi’s richten zich op stemmers uit alle lagen van de samenleving, in plaats van één groep als arbeiders of katholieken. Ze trekken ook een hoop mensen die voorheen niet stemden. Toch lijkt de partij in november 1932 over haar hoogtepunt heen. De economie trekt weer aan en de NSDAP krijgt 11 procent minder stemmen dan bij de verkiezingen van juli datzelfde jaar.

Hitler tot rijkskanselier benoemd

Het lukt de conservatieve partijen niet om genoeg steun onder de bevolking te krijgen. Ze zetten rijkspresident Paul von Hindenburg onder druk om Hitler tot kanselier te benoemen. Ze hopen met de NSDAP een meerderheidskabinet te kunnen vormen. Hun verwachting dat ze Hitler kunnen gebruiken voor hun eigen agenda zal een fatale onderschatting blijken. 

Op 30 januari 1933 is het zover. Von Hindenburg geeft toe en benoemt Hitler tot rijkspresident. ‘Het lijkt wel een droom. De Wilhelmstraße is van ons’, schrijft de latere minister van propaganda Joseph Goebbels in zijn dagboek. Hitler is dus niet gekozen door het Duitse volk, maar wel op een wettige manier aan de macht gekomen.

Nationaalsocialistische regering: de nazi’s delen de macht

De nationaalsocialisten vieren hun overwinning met een fakkeltocht door Berlijn. Vanaf het balkon van de rijkskanselarij kijkt Hitler goedkeurend toe. Toch is hij op dit moment nog verre van oppermachtig. In de nieuwe regering zitten maar twee NSDAP-leden. Wel krijgt Hitler het voor elkaar dat ze op belangrijke posities zitten.

Met name de rol van Hermann Göring is belangrijk. Hij is minister zonder portefeuille en krijgt de controle over de politiemacht van Pruisen, het grootste deel van Duitsland. Voor de nazi’s is dit reden genoeg om de ‘nationale revolutie’ te vieren, maar veel Duitsers ondergaan het nieuws schouderophalend. Ze hebben al veel regeringen zien komen en gaan en verwachten dat de nieuwe regering het niet lang zal uithouden.

Rijksdagbrand: eerste stap naar de dictatuur

Al snel trekt Hitler meer macht naar zich toe. Een sleutelmoment hierin is de brand in de Rijksdag, het parlementsgebouw. Op 27 februari  1933 zien de bewakers vlammen uit het dak slaan. Ze overmeesteren de vermoedelijke brandstichter, een Nederlandse communist genaamd Marinus van der Lubbe. Hij wordt in 1934 na een showproces geëxecuteerd. Er zijn nooit bewijzen gevonden dat hij handlangers had. 

De nazileiders zijn snel ter plaatse. Een ooggetuige vertelt dat Göring bij het zien van de brand riep: ‘Dit is het begin van een communistische opstand. Nu slaan ze toe. We hebben geen tijd te verliezen.’ Voor hij verder kon gaan brulde Hitler: ‘Vanaf nu zullen we geen genade meer kennen. Wie ons in weg staat wordt afgeslacht.’

Rijkspresident Von Hindenburg kondigt de volgende ochtend de Rijksdagbrandverordening af. Deze legt de basis voor een dictatuur. De burgerrechten van de Duitse bevolking worden ingeperkt. Vrijheid van meningsuiting is niet langer vanzelfsprekend en de politie kan willekeurig huizen doorzoeken en mensen arresteren. De politieke tegenstanders van de nazi’s zijn nu vogelvrij.

Onderdrukking van tegenstanders

In deze sfeer van intimidatie vinden op 5 maart 1933 nieuwe verkiezingen plaats. De straten hangen vol met posters en vlaggen van de nazipartij. Desalniettemin blijft de door de nazi’s gehoopte grote overwinning uit. Met 43,9 procent van de stemmen heeft de NSDAP geen meerderheid. De linkse partijen KPD en SPD zijn samen nog altijd goed voor 30 procent van de stemmen. 

De arrestaties en intimidatie nemen toe. De regering verbiedt de communistische partij. Op 15 maart zijn er al tienduizend communisten gearresteerd. Om al deze politieke gevangenen onder te brengen worden de eerste concentratiekampen geopend. De omstandigheden zijn hier verschrikkelijk. Mensen worden mishandeld, gemarteld en soms gedood. 

Met name Joden en bekende mensen onder de gevangenen hebben het zwaar. Zo nemen SS-bewakers van het kamp Dachau, nabij München, vier Joodse gevangenen mee naar buiten de poorten. Daar schieten ze de gevangenen dood. De bewakers beweren dat de slachtoffers een vluchtpoging hadden gedaan.

Hitler krijgt meer macht

Op 23 maart 1933 komt het parlement samen in Berlijn. Op de agenda staat een nieuwe wet, de ‘machtigingswet’. Hiermee kan Hitler vier jaar lang zonder inmenging van de rijkspresident of het parlement wetten uitvaardigen. Het gebouw waar de bijeenkomst plaatsvindt, is omsingeld door mannen van de SA en de SS, paramilitaire organisaties van de NSDAP, die inmiddels tot hulppolitie benoemd zijn. 

Hitler geeft in zijn toespraak de aanwezigen de keus tussen ‘oorlog en vrede’. Het is een verkapt dreigement om tegenstemmers te intimideren. Er is dus geen sprake van een democratische gang van zaken. Met 444 stemmen voor en 94 tegen neemt het parlement de machtigingswet aan. Deze vormt tot 1945 de basis van de nazidictatuur.

Gelijkschakeling van de samenleving

Nu Hitler zoveel macht heeft verzameld, is het tijd voor de nazi’s om de samenleving in te richten naar het nazi-ideaal. Dit proces wordt Gleichschaltung (gelijkschakeling) genoemd. Veel politiek verdachte en Joodse ambtenaren worden ontslagen. Vakbonden maken gedwongen plaats voor het Deutsche Arbeitsfront. Zo voorkomen de nazi’s dat arbeiders zich kunnen organiseren als tegenpartij.

De bestaande politieke partijen worden verboden. Vanaf midden juli 1933 is Duitsland een éénpartijstaat. Ook op cultureel en wetenschappelijk gebied vinden ‘zuiveringen’ plaats. Alles wat ‘on-Duits’ is moet volgens de nazi’s verdwijnen. Boeken van bijvoorbeeld Joodse, linkse en pacifistische schrijvers worden verbrand.

Onderdrukking van de Joden

In de periode van de machtsovername is de destructieve energie van de nazi’s voornamelijk gericht op hun politieke tegenstanders. De Duitse Joden vormen hierop een uitzondering. Als groep vormen ze geen oppositie voor de ambitie van de nazi’s. Niettemin zijn ze het slachtoffer van geweld, pesterijen en onderdrukking. Al op 1 april 1933 gaat de regering over tot een officiële actie tegen de Joden. Ze kondigt een grote boycot af van Joodse producten. Het is de eerste stap in een reeks anti-Joodse maatregelen die zal eindigen in de Holocaust.

Hitler als alleenheerser

Hitler en de nazi’s veranderen Duitsland na de machtsovername in een dictatuur. Steeds maken ze gebruik van juridische middelen om zo de schijn van legaliteit op te houden. Stap voor stap weet Hitler zo de democratie uit te hollen tot deze nog slechts een façade is. Toch is het proces hiermee niet ten einde. Gedurende de twaalf jaar dat het Derde Rijk bestaat zal Hitler zijn greep op het land blijvend verstevigen.

Literatuur

  • Boterman, Frits, Moderne geschiedenis van Duitsland (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2005, 2e druk).
  • Evans, Richard J,. The Coming of the Third Reich (New York: The Penguin Press, 2004).
  • Friedländer, Saul, Nazi Germany and the Jews. Vol. I: The Years of Persecution, 1933-1939 ([New York, NY: HarperCollins 1997). Nederlandse uitgave: Nazi-Duitsland en de Joden : deel 1: De jaren van vervolging 1933-1939 (Utrecht: Spectrum, 1998).
  • Hagen, William W., German History in Modern Times (Cambridge : Cambridge University Press 2012).
  • Kitchen, Martin, Modern History of Germany: 1800 to the Present, (Chichester [etc.] : Wiley-Blackwell 2012, 2nd edition).
  • Kershaw, Ian, Hitler, 1889-1945 (London : Allen Lane, 1998-2000). Nederlandse uitgave: Utrecht: Spectrum, 2003.
  • Longerich Peter, Hitler: Biographie (München: Siedler, 2015).
  • Ullrich, Volker, Adolf Hitler. Deel I: De jaren van opkomst, 1889-1939 (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2014).
  • Wachsmann, Nikolaus, KL:  Een geschiedenis van de naziconcentratiekampen (Amsterdam: De Bezige Bij, 2015).
Noten
  1. Straat in Berlijn waar zich het bestuurlijke centrum (o.a. Rijkskanselarij) van Duitsland bevindt.
  2. "Es ist fast wie ein Traum. Die Wilhelmstraße gehört uns". In: Goebbels Tagebücher, 31 januari 1933.
  3. Originele citaten uit Rudolf Diels, Lucifer ante portas: zwischen Severing und Heydrich (1949), p.142-144. Hier naar het Nederlands vertaald vanuit het Engels (zie: http://germanhistorydocs.ghi-dc.org/pdf/eng/English3_Exeter.pdf).