De hoofdpersonen

Anne Frank

De 13-jarige Anne droomt in oktober 1942 van een carrière als filmster in Hollywood. Twee jaar later is het haar grootste wens om een boek uit te geven over haar tijd in de schuilplaats. Welke ontwikkeling heeft Anne doorgemaakt in het Achterhuis?

Annes eerste jaren

De eerste vier jaar van haar leven woont Anne (officieel: Annelies Marie) in Frankfurt am Main (Duitsland). Zij is een vrolijke en ondeugende peuter. Zo gaat zij bijvoorbeeld volgens de hulp in de huishouding Kathi met veel plezier in een regenplas zitten en moet Kathi haar daar een verhaaltje vertellen.

Eigenlijk leert Anne Duitsland niet echt kennen en zal ze altijd wat moeite met de Duitse taal houden, want als ze vier jaar is, verhuist het gezin naar Amsterdam.

De eerste jaren in Nederland heeft Anne last van gezondheidsproblemen. Ze wordt door de familie ‘Zärtlein’ (teer poppetje) genoemd. Moeder Edith schrijft in november 1937 in een brief aan een oud buurmeisje in Frankfurt: ‘Anne blijft ’s middags thuis van school om te slapen, wat haar zo goed doet; ze is heel opgewekt, maar gevoelig en nerveus.’

Graag in het middelpunt

Otto Frank schrijft over ‘die opgewekte Anne’: ‘Ze was nog niet de kamer binnengekomen of het werd al woelig, vooral omdat ze vaak een heel stel kinderen meebracht. Ze was erg populair omdat ze ook altijd ideeën had over wat voor spel ze konden spelen en waar ze iets zouden kunnen uithalen.’

Anne staat graag in het middelpunt. Dat bevestigt ook haar lerares op de Montessorischool in Amsterdam. In de zesde klas (groep 8) voeren de leerlingen zelfgeschreven toneelstukjes op. ‘Anne was in haar element. Bij het schrijven had zij veel ideeën, omdat ze niet verlegen was en omdat ze anderen graag imiteerde. Ze was tamelijk klein in vergelijking met haar klasgenootjes, maar als zij de koningin speelde of de dochter van de koningin, dan was zij plotseling toch een stukje groter dan de anderen.’

“Vaak heb ik tegen je gezegd dat je jezelf moet opvoeden.”

Lievelingsvak: geschiedenis

Anne observeerde andere mensen scherp. Otto: ‘Ik herinner me nog heel goed dat mijn vrouw haar eens meenam op bezoek en dat ze toen ze thuiskwam precies beschreef hoe iedereen gekleed was, en wel van top tot teen.’

Als hij 50 wordt, schrijft Otto Frank een brief aan zijn vrouw, Margot en aan Anne. Otto schrijft daarin dat het met haar niet zo makkelijk gaat als met Margot, omdat Anne nogal eens moeite heeft om niet telkens ‘Ja, maar…’ te zeggen. Anne vindt het een ‘snoezige brief’ en plakt hem in haar dagboek. Op de envelop plakt zij een foto van haar vader. Haar vader is haar grote idool.

Op school behoort Anne – anders dan haar zus Margot – niet tot de beste leerlingen. Volgens Otto heeft Anne een hekel aan rekenen, maar is ze enthousiast over geschiedenis. Als Anne een keer een spreekbeurt over de Romeinse keizer Nero moet houden, wil ze zelfs meer vertellen dan wat in haar geschiedenisboek staat. Van een vriend van Otto krijgt Anne boeken over Nero. Otto: ‘Enige tijd later informeerde ik naar haar spreekbeurt. “O ja”, zei ze, “mijn klasgenoten wilden haast niet geloven wat ik vertelde, want het was zo anders dan wat zij over Nero hadden geleerd.” “En de meester?” vroeg ik. “Die was heel tevreden,” was het antwoord.’

Een scherp oordeel over anderen

Als Anne naar de middelbare school gaat, moet ze met de tram. Margots vriendin Laureen Nussbaum herinnert zich: ‘Anne was altijd omgeven door andere kinderen, jongens en meisjes, was altijd het middelpunt.’

Een van Annes schoolvriendinnen is Jacqueline van Maarsen. Zij vertelt over Annes uitgesproken karakter: ‘Anne was scherp in het beoordelen van anderen. Ze had haar oordeel dadelijk klaar en zei dat ook en ik denk dat het daardoor kwam dat niet iedereen haar aardig vond. Voor mij was Anne vooral een lieve vriendin. Zij wilde graag dat ik iedere dag bij haar was om met me te praten of te spelen of huiswerk te maken. Als ze alleen was, kon ze zich erg vervelen. Ik was ook graag met haar samen, maar soms had ik gewoon iets anders te doen.’

De jongste onderduiker

Maar dan komt er een abrupt einde aan het contact met vriendinnen. Anne moet met haar ouders en zus onderduiken: door de anti-Joodse maatregelen van de nazi’s in Nederland is het te gevaarlijk om thuis te blijven wonen.

In het Achterhuis wordt Anne teruggeworpen op zichzelf. Ze heeft het moeilijk als jongste onderduiker, omringd door volwassenen. En al die volwassenen hebben ook nog eens voortdurend aanmerkingen op haar gedrag. ‘Iedereen vindt me aanstellerig als ik praat, belachelijk als ik zwijg, brutaal als ik antwoord geef, geslepen als ik een goed idee heb, lui als ik moe ben, egoïstisch als ik een hap te veel eet, dom, laf, berekenend, enz. enz. De hele dag hoor ik niets anders dan dat ik een onuitstaanbaar wicht ben.’

“Mijn moeder is in de meeste dingen wel een voorbeeld voor mij, maar juist een voorbeeld zoals ik het niet moet doen!”

‘Schrijven of stikken’

Vooral met haar moeder Edith heeft Anne de grootst mogelijke moeite. In plaats van ‘moeder’ noemt Anne haar moeder ‘mansa’: ‘als het ware de onvolkomen mams’. Anne vindt dat een moeder tactvol moet zijn. ‘Niet zoals Mansa die me, als ik huil, niet om pijn maar om andere dingen, hard uitlacht.’

Otto merkt dat Edith en de puberende Anne niet goed met elkaar kunnen opschieten. ‘Natuurlijk maakte ik mij er zorgen over dat mijn vrouw en Anne geen goede onderlinge verstandhouding hadden. In werkelijkheid was zij een uitstekende moeder, voor wie de kinderen boven alles gingen. Ze klaagde er vaak over dat Anne op alles, wat ze ook deed, tégen was, maar het troostte haar te weten dat Anne mij in vertrouwen nam.’

Schrijven wordt voor Anne het middel om het vol te houden in de benauwde schuilplaats. ‘Het fijnste van alles vind ik nog dat ik dat wat ik denk en voel tenminste nog op kan schrijven, anders zou ik compleet stikken.’ Naast het dagboek is ook haar geloof een steun. ‘God heeft mij niet alleen gelaten en zal me niet alleen laten.’

Verliefd op Peter

Toch blijft de behoefte om te praten met een leeftijdsgenoot. Anne besluit om het gesprek aan te gaan met Peter, de 17-jarige zoon van het andere gezin dat onderduikt in het Achterhuis. Eerst vindt ze hem maar stom, maar al snel komen de twee dichter tot elkaar en praten ze over alles wat hen bezighoudt: hun ouders, de schuilplaats en ze schuwen ook intieme onderwerpen, zoals seksualiteit, niet. Ze worden verliefd en zoenen en knuffelen op Peters kamer en op zolder.

Anne twijfelt of haar ouders dat wel goed vinden en vindt dat ze haar vader op de hoogte moeten brengen. Eerst lijkt Otto er niet zoveel moeite mee te hebben, maar hij komt daar later op terug en wil ‘die Knutscherei’ (dat geknuffel) niet hebben. Anne is onthutst, zij vindt dat haar vader haar moet vertrouwen. 

Annes onafhankelijkheidsverklaring

Daarom schrijft ze Otto een woedende brief, een soort ‘onafhankelijkheidsverklaring’. Zij vindt dat zij helemaal alleen zelfstandig is geworden – zonder enige steun van haar ouders - en dat zij niemand nodig heeft. Haar vader mag haar niet als 14-jarige beschouwen, zij is ouder geworden door de bijzondere situatie van het Achterhuis. Zij hoeft aan niemand verantwoording af te leggen en heeft hem die brief alleen geschreven, omdat zij het niet stiekem wilde doen. Anne stelt haar vader voor de keuze: of hij vertrouwt haar en laat haar naar Peter gaan, of hij verbiedt haar alles. Ze stopt de brief in zijn jaszak. 

Margot vertelt aan Anne dat Otto de hele avond van streek is. Vooral Annes bewering dat zij geen steun heeft gehad van haar ouders raakt hem diep en dat zegt hij tegen haar. Anne beseft dat zij te hoog van de toren heeft geblazen en heeft spijt van de harde toon van haar brief. ‘Het is heel goed dat ik eens uit m’n onbereikbare hoogte neergehaald ben, dat m’n trots eens een beetje geknakt is, want ik was weer veel te ingenomen met mezelf.’

“Ik weet precies hoe ik zou willen zijn, hoe ik ook ben... van binnen, maar helaas, ik ben het enkel voor mezelf.”

De twee Annes

De aanleiding van het conflict lost zich trouwens min of meer vanzelf op: Annes verliefdheid bekoelt. En vanaf 20 mei 1944 worden haar gedachten beheerst door een andere grote wens. Anne wil na de oorlog een boek over haar tijd in het Achterhuis uitgeven en schrijfster en journaliste worden. 

Vanaf mei 1944 werkt zij hard aan dat boek. De basis is haar dagboek, maar de 15-jarige Anne kijkt met een scherpe blik naar de 13-jarige Anne uit het begin van haar onderduikperiode. Ze laat veel weg en herschrijft veel. Naast haar boek houdt Anne ook haar dagboek bij.

In haar laatste dagboekbrief – drie dagen voor haar arrestatie - constateert Anne dat ze eigenlijk uit twee Annes bestaat: een oppervlakkige, grappige en een serieuze Anne. In gezelschap van anderen domineert de oppervlakkige Anne, terwijl ze zo graag haar serieuze kant zou willen laten zien. Het doet haar verdriet dat dat haar nog niet gelukt is.

Zes maanden

Na de arrestatie leeft Anne nog zes maanden. Via de kampen Westerbork en Auschwitz belandt ze uiteindelijk in het kamp Bergen-Belsen. Van die laatste maanden zijn er alleen getuigenissen van anderen over haar. Sommige vertellen dat Anne, Margot en Edith aldoor bij elkaar waren en dat alle ruzies uit het Achterhuis verleden tijd waren.

De omstandigheden in het concentratiekamp Bergen-Belsen zijn verschrikkelijk. De gevangenen krijgen weinig eten, lijden kou en door de slechte hygiënische omstandigheden worden veel gevangenen ziek. Anne wordt ook ziek, ze krijgt vlektyfus. In februari 1945 sterft ze. Anne Frank is 15 jaar oud geworden.

Noten
  1. Anne Frank Stichting, Anne Frank Collectie: Edith Frank aan Gertrud Naumann, 8 november 1937.
  2. Frank, Otto, "Erinnerungen an Anne" (typoscript, 1968).
  3. Schnabel, Ernst, Anne Frank: Spur eines Kindes (Frankfurt am Main: Fischer Bücherei,1958), p. 41-42.
  4. Frank, Otto, "Erinnerungen an Anne" (typoscript, 1968).
  5. Otto Frank aan Anne Frank, 12 mei 1939. In: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie [NIOD], De dagboeken van Anne Frank (Amsterdam: Bakker, 2001), A-versie, 28 september 1942.
  6. Frank, Otto, "Erinnerungen an Anne" (typoscript, 1968).
  7. "Anderen over Anne: Laureen Nussbaum". In: Anne Frank Krant 2011.
  8. "Anderen over Anne: Jacqueline van Maarsen". In: Anne Frank Krant 2011.
  9. NIOD, De dagboeken van Anne Frank, B-versie, 30 januari 1943.
  10. NIOD, De dagboeken van Anne Frank, A-versie, 6 januari 1944.
  11. Frank, Otto, "Erinnerungen an Anne" (typoscript, 1968).
  12. NIOD, De dagboeken van Anne Frank, A-versie, 16 maart 1944.
  13. NIOD, De dagboeken van Anne Frank, A-versie, 31 maart 1944.