De hoofdpersonen

Victor Kugler

‘Ik moest hen helpen, zij waren mijn vrienden’, antwoordt Victor Kugler na de oorlog op de vraag waarom hij de onderduikers in het Achterhuis heeft geholpen. Voor die hulp belandt hij in een concentratiekamp en ontsnapt hij op het nippertje aan deportatie naar nazi-Duitsland. Wie was Victor Kugler?

Victor Kugler treedt in 1933 in dienst bij Otto Frank. Otto is dan net zijn handel begonnen in pectine, een bindmiddel om jam te maken. Victor houdt de bestellingen bij en onderzoekt hoe er meer pectine verkocht kan worden. Collega Miep Gies omschrijft hem als ‘een forse knappe man, donker en heel precies. Hij was altijd serieus, maakte nooit grapjes.’

In 1941 helpt Victor Otto om zijn bedrijven uit handen van de Duitse bezetter te houden. Hij neemt het directeurschap van het daarvoor nieuw opgerichte bedrijf Gies & Co. op zich.

In het voorjaar van 1942 vraagt Otto of Victor de families Frank en Van Pels wil helpen, als zij in het Achterhuis – een leegstaand gedeelte van het bedrijfspand – moeten onderduiken. Victor aarzelt niet. ‘Het waren mijn vrienden, ik kon ze niet laten afslachten door de Duitsers,’ zegt hij in een interview na de oorlog.

Geld en tijdschriften

Vanaf 6 juli 1942 heeft Victor er – net als zijn naaste collega’s – een taak bij, de zorg voor de onderduikers in het Achterhuis. Al snel maakt hij zich zorgen over hun veiligheid, want de nazi’s dreigen met huiszoekingen naar fietsen. Victor vindt het Achterhuis te ‘zichtbaar’ en komt op het idee om een draaibare kast voor de deur naar de schuilplaats te zetten. In augustus 1942 timmert magazijnmeester Johan Voskuijl die kast, waardoor het voor een vluchtige kijker net lijkt alsof er geen Achterhuis is.

Daarnaast concentreert Victor zich samen met Johannes Kleiman vooral op het draaiend houden van de bedrijven Opekta en Gies & Co. Bovendien zorgt hij voor geld door partijen specerijen te verkopen, zonder dat in de officiële boekhouding op te nemen.

Daarnaast neemt hij vaak kranten en tijdschriften mee voor de onderduikers. Anne maakt hij regelmatig blij met het tijdschrift Cinema & Theater over nieuwe films en toneelstukken en voor Peter neemt hij een boekje mee met afbeeldingen van militaire vliegtuigen.

“De eerste die ik zag was mevrouw Frank. ‘Gestapo’, fluisterde ik haar toe.”

‘Hij leefde in voortdurende spanning’

De rol als helper viel Victor niet licht. In haar dagboek noteert Anne: ‘Kugler die de kolossale verantwoording van ons acht soms te machtig wordt en die bijna niet meer spreken kan van ingehouden zenuwen en opwinding.’

Otto Frank schrijft na de oorlog: ‘De verantwoording die de Heer Kugler op zich heeft genomen, was heel zwaar en hij leefde in voortdurende spanning, vooral omdat zijn vrouw niets van ons wist en hij met haar ook niet over zijn zorgen kon spreken.’

Ruim twee jaar lukt het Victor en de andere helpers om de onderduikers uit handen van de nazi’s te houden. Totdat op 4 augustus 1944 Nederlandse agenten, onder aanvoering van SS-Hauptscharführer Karl Josef Silberbauer, het pand binnenvallen.

Het is Victor die door de agenten gedwongen wordt om de boekenkast opzij te schuiven. ‘De eerste die ik zag was mevrouw Frank. “Gestapo”, fluisterde ik haar toe. Ze zat doodstil en was in een soort shocktoestand. De anderen kwamen uit de andere verdiepingen naar beneden. Margot was emotioneel, zij huilde zachtjes.’

Victor ontsnapt

De agenten arresteren ook Victor en Johannes. Via de gevangenis belanden zij in kamp Amersfoort. De kampleiding laat Johannes Kleiman na enkele weken vanwege zijn slechte gezondheid vrij.

Victor belandt via Zwolle in Wageningen. Als hij in maart 1945 met een grote groep gevangenen richting nazi-Duitsland moet marcheren, lukt het hem te ontsnappen op het moment dat de kolonne door geallieerde vliegtuigen beschoten wordt.

Na een omzwerving van enkele dagen, waarbij hij door onbekenden wordt geholpen, komt Victor weer thuis bij zijn vrouw. ‘De volgende dag begon ik een schuilplaats in te richten voor ons. Als de Duitsers langs zouden komen om mij te arresteren, dan wilde ik koste wat het kost voorkomen dat ze mij zouden vinden. Maar mijn voorbereidingen waren niet nodig, want vier weken later capituleerde de Duitse legerleiding.’

Een hoge Israëlische onderscheiding

In 1952 overlijdt Victors vrouw Laua Maria Buntenbach. Hij hertrouwt in 1953 met Loes van Langen en emigreert drie jaar later naar Toronto. Samen hopen zij in Canada een nieuw bestaan op te bouwen. Victor werkt als elektricien en later als verzekeringsagent. Maar Victor verliest zijn oud-collega’s niet uit het oog en houdt contact met hen. 

Na zijn pensioen houdt hij lezingen over Anne Frank en het Anne Frank Huis. In 1973 krijgt hij – net als de andere helpers van het Achterhuis – op verzoek van Otto Frank de hoge Israëlische onderscheiding ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. Victor lijdt eind jaren zeventig aan de ziekte van Alzheimer en sterft op 14 december 1981.

Noten
  1. Gies, Miep & Gold, Alison Leslie, Herinneringen aan Anne Frank (Amsterdam: Bakker. 1996, 12e druk), p. 28.
  2. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, De dagboeken van Anne Frank (Amsterdam: Bakker, 2001), C-versie, 26 mei 1943.
  3. Anne Frank Stichting, Otto Frank Archief: Otto Frank aan Stichting 40-45, 1 juli 1977 (copyright Anne Frank-Fonds, Bazel).
  4. Shapiro, Eda, Victor Kugler. The man who hid Anne Frank (Jerusalem: Gefen, 2008).
  5. Shapiro, Eda, Victor Kugler. The man who hid Anne Frank.